<?xml version='1.0' encoding='iso-8859-1'?><!-- generator='Zomplog' --><rss version='0.91'>

<channel><title>Leo van de Pas</title>
    <link>http://www.leovandepas.nl</link>
    <description><![CDATA[Leo van de Pas publiceert al jaren over de Nederlandse en Limburgse woningmarkt ]]></description>
    <language>NL</language>
    <webMaster>leo@vandepas.nl</webMaster>
	<pubDate>Tue, 03 Jan 2006 00:22:17 +0100</pubDate>
	<copyright>Copyright 2006, Gerben Schmidt</copyright>
	<category>Blogging</category>
	<generator>Zomplog</generator><item>
      <title>Huisjesmelkers</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=148</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Anders dan bij koeien, waar de melkproductie gelimiteerd is, lijkt in de woningmarkt geen einde te komen aan het uitmelken van eigenwoningbezitters. Elke boer weet dat een koe een bepaalde melkproductie levert. Het ras doet er toe, de leeftijd en de mate van een goede verzorging. Daarmee houdt het wel op, verkoopt hij zijn koe dan is het met de productie gedaan, gaat de koeienstand naar beneden, dan daalt ook de melkproductie. Hoe anders is dat in de woningmarkt.</p><p align="justify">In Nederland kennen we twee soorten huisjesmelkers, de minder populaire woningverhuurder en gemeenten via de Wet Onroerend Zaakbelasting. De gemeenten zijn als moderne huisjesmelkers aan te merken. De belasting wordt aan woningeigenaren opgelegd, een direct verband met de volkshuisvesting is ver te zoeken. De opbrengsten worden voor algemene, doorgaans wel goede, doeleinden aangewend en vormen een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. Rond deze tijd valt bij de meeste eigenaren weer een nieuwe aanslag in de bus. De frustratie zit vaak in het ongelimiteerd verhogen van de tarieven, als dat voor de begroting nodig is, alsmede de kwaliteit van de uitgevoerde taxaties. De vastgestelde woningwaarde dient, naast basis voor de OZB heffing, eveneens als uitgangspunt voor de heffing van het waterschap en de berekening van het eigenwoningforfait. Over dit eigenwoningforfait moet inkomstenbelasting worden betaald, tenminste als u nog een hypotheek op uw woning heeft. Voldoende reden dus om de vastgestelde waarde te controleren en indien nodig bezwaar te maken. In 2011 werden 250.000 bezwaarschriften ingediend.&nbsp; </p><p align="justify">Volgens de Waarderingskamer zullen de waardes dit jaar gevoelsmatig hoger uitkomen dan de marktwaarde. De verklaring ligt in het feit dat de peildatum 1 januari 2011 is en de waardedaling van 2011 nog niet is verwerkt. Ondanks dit gegeven worden diverse eigenaren geconfronteerd met waardestijgingen van meer dan 20%. Zelfs bij licht stijgende tarieven zal de belastingopbrengst in de meeste gemeenten stijgen, ook al gaat het slechts om enkele tientjes per eigenaar. Vele tientjes maken uiteindelijk miljoenen. Stijgingen, die onvermijdelijk zullen leiden tot lagere consumptieve bestedingen en schade voor de economie. De term uitmelken lijkt me dan ook wel op zijn plaats. De uitvoeringskosten van de WOZ vergen eveneens miljoenen. Per object wordt ongeveer &euro; 19,- aan kosten besteed, samen goed voor 160 miljoen per jaar. Als de overheid ergens op uitvoeringskosten kan bezuinigen, is het wel op het vlak van de WOZ.&nbsp; Gemeenten kunnen eenvoudig worden gecompenseerd, precies zoals enkele jaren geleden met de afschaffing van het gebruikersdeel is gedaan. Gemeenten behouden met minder kosten hun inkomsten, dat is het grote verschil met de boer die zijn koeien van de hand doet. </p><p align="justify">Leo van de Pas, woningmarktdeskundige te Heerlen, <a href="/">www.leovandepas.nl</a><br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 14 Feb 2012 10:25:45 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=148</comments></item><item>
      <title>Fabels en feiten woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=147</link>
      <description><![CDATA[<p>Nu de woningmarkt het moeilijk heeft vanwege de economische crisis, wordt plotseling de beperking van de hypotheekrenteaftrek uit de hoge hoed getoverd als oplossing voor alle problemen. De oorzaak van het probleem is helder en ligt niet in de woningmarkt zelf. Als de overheid gaat hervormen betekent het doorgaans dat er wordt bezuinigd, oftewel dat een deel van de burgers opgezadeld wordt met hogere lasten. Als motief worden de meest fraaie fabels aangehaald om het volk te overtuigen van de goede bedoelingen. Op enkele van die mythen wil ik hier kort ingaan, fabels die alleen maar met harde feiten kunnen worden bestreden.&nbsp; </p><p><strong>Nederland gaat gebukt onder een enorme hypotheekschuld<br /></strong>De ruim 4 miljoen eigen huisbezitters hebben samen een bruto hypotheekschuld van 625 miljard euro. Dat is iets meer dan de helft van de totale waarde van alle woningen. Daarnaast zitten vele miljarden in spaar- en beleggingspolissen, de netto hypotheekschuld is dus nog een stuk lager. Ongeveer 500.000 Nederlanders hebben geen hypotheek op hun huis. Het is natuurlijk wel waar dat recente kopers vaak een hogere schuld hebben dan de waarde van de woning, maar dat geldt dus slechts voor een beperkte groep. </p><p><strong>Financi&euml;le risico&rsquo;s huiseigenaren veel te groot<br /></strong>Het is waar dat in de eerste jaren na aankoop sprake is van een verhoogd risico. Met de huidige NHG grens van &euro; 350.000 wordt dit risico echter voor 90% van alle kopers perfect afgedekt. De afgelopen jaren is het aantal woningexecuties slechts licht toegenomen tot 2.000 stuks. Andere probleemgevallen worden onderhands geregeld, zonder dat het tot een executie komt. Al met al minimale aantallen in vergelijking met het totale huizenbezit. Debacles ontstaan over het algemeen niet door de hypotheek, maar door extra kredieten of persoonlijke omstandigheden, zoals het verlies van een baan of het verbreken van een relatie.</p><p><strong>Nederland gaat failliet aan hypotheekrenteaftrek<br /></strong>De belastingdienst verrekent jaarlijks 12,5 miljard euro aan renteaftrek. Daarnaast bestaan nog vrijstellingen en subsidies, ook voor huurders. Het is fair om naast de uitgaven ook de opbrengsten erbij te betrekken. Kopers betalen 2,5 miljard per jaar aan overdrachtsbelasting (basis 6%). Alle eigenaren betalen samen nog eens 3,5 miljard aan eigenwoningforfait en OZB. Kopers van nieuwbouwwoningen betalen ruim 4 miljard aan BTW. De verkoop van bouwgrond levert eveneens vele miljarden op. Dan hebben we het nog niet gehad over de belastingopbrengsten en werkgelegenheidseffecten van alle bedrijven die rondom de woning- en verhuismarkt actief zijn. Per saldo levert de woningmarkt waarschijnlijk meer baten op dan dat er kosten zijn. Goed om te weten als u de woningmarkt de komende dagen op de korrel neemt.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 23 Dec 2011 10:01:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=147</comments></item><item>
      <title>Woningmarkt verslechtert niet</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=146</link>
      <description><![CDATA[<p>De woningmarkt heeft het als gevolg van de nawee&euml;n van de economische crisis nog steeds moeilijk, dat valt niet te ontkennen. De aanscherping van de leenquote begin dit jaar deed er een extra schepje bovenop. De woningmarkt is ten dode opgeschreven, zo lijkt het tenminste als je alle recente uitspraken van bankeconomen en professoren moet geloven. De woningmarkt reageert op harde factoren, zoals economische ontwikkelingen, werk en inkomen, het prijsniveau, de hoogte van de hypotheekrente, leenquote, bijkomende woonlasten etc. De consument is echter ook zeer gevoelig voor de meer zachtere factoren, zoals trends en opinies, resulterend in het consumentenvertrouwen. Het zal u niet verbazen dat dit laatste hoofdzakelijk wordt bepaald door dezelfde berichten van banken, economen en maatschappelijke organisaties en de manier waarop de media hiermee omspringen. In die zin lijkt het een koud kunstje om de woningmarkt het graf in te prijzen. Het goede nieuws is dat voorspellingen slechts zelden uitkomen. Hervorming van de woningmarkt is zeker wenselijk, maar laten we eerst de eenzijdige negatieve beeldvorming rondom de woningmarkt eens hervormen.&nbsp;&nbsp; </p><p>De maandberichten over de huizenprijzen van het CBS spreken voortdurend over een prijsdaling. Het gaat dan niet om de absolute koopsomgegevens, zoals het Kadaster die ook beschikbaar heeft, maar over de Prijsindex Bestaande Koopwoningen. In deze index wordt naast de gemiddelde koopsom en het aantal transacties per woningtype eveneens rekening gehouden met de WOZ-waarde van de verkochte woningen. Met de index moet een meer evenwichtig beeld over de waardeontwikkeling van woningen ontstaan. Op zich is dat een goede zaak, er worden immers telkens andere woningen verkocht en een fors verschil in samenstelling naar woningtypen kan, zeker op maandbasis, tot grote afwijkingen leiden. Op langere termijn geeft de absolute koopsom (de werkelijke gemiddelde koopsom van alle transacties) voldoende inzicht in de markt. Opvallend is dat deze gemiddelde koopsom over de eerste tien maanden van 2011 ruim 1% boven het niveau van 2010 ligt. Het is dus niet alleen kommer en kwel en van verdere verslechtering is geen sprake. Ook is inmiddels duidelijk dat de verhoogde NHG grens tot 1 juli volgend jaar gehandhaafd blijft, uiteraard een prima besluit. De leenquote voor stellen met twee inkomens gaat omhoog, zodat deze groep vanaf 1 januari 2012 iets meer kunnen lenen. Omdat zoveel factoren een rol spelen, is het ondoenlijk om aan betrouwbare voorspellingen te doen. Voorlopig handhaaft de woningmarkt zich na de crisis op een stabiel, zij het lager niveau. Dat is, mede gezien de veelal negatieve berichtgeving in de media, best knap te noemen.&nbsp; </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 23 Nov 2011 14:03:54 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=146</comments></item><item>
      <title>Meer huishoudens, grotere woningvraag </title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=145</link>
      <description><![CDATA[<p>Als de nieuwe prognoses van het CBS uitkomen, zal de behoefte aan woningen de komende decennia blijven toenemen. Een paar maanden geleden presenteerde Etil al haar nieuwe prognoses, waaruit naar voren kwam dat de afname van bevolking en huishoudens veel minder snel verloopt dan eerder werd aangenomen. De voorspellingen van het CBS zijn ronduit verbluffend. De verwachting is nu dat Limburg, wat huishoudens betreft, de top pas rond 2030 zal bereiken met 538.000 huishoudens, 30.000 meer dan de huidige stand. De groei in Midden en Noord-Limburg gaat nog iets langer door dan in Zuid-Limburg, maar zelfs de regio Parkstad Limburg blijft de komende 15 jaar nog groeien. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat alle woonvisies die gemeenten en provincie hebben opgesteld de prullenbak in kunnen, er kunnen echter wel accentverschuivingen worden ingezet. Het blijft immers onzeker in welke mate deze voorspellingen zullen uitkomen. </p><p>Los van de vraag hoeveel woningen nodig zijn, is eveneens de vraag boeiend aan welke&nbsp; soort woningen Limburg de meeste behoefte heeft. De samenstelling van de huishoudens verandert en de vergrijzing gaat onverminderd door. Het aandeel in de leeftijdsklasse tot 30 jaar (de starters) neemt al snel af en daalt uiteindelijk met 25%. De leeftijdsklasse 30-64 (de doorstromers) jaar daalt al enige jaren en neemt bijna 30% af. Daarentegen zien we de groep 65+ die de ingezette stijging doortrekt en tot 2040 met bijna 60% zal toenemen.&nbsp; <br /><br />Bij het type huishouden zien we een forse stijging van de eenpersoonshuishoudens, deze nemen met bijna 50.000 toe. Hier staat een daling van de meerpersoonshuishoudens tegenover, met ongeveer 35.000 stuks. Door de toename van de eenpersoonshuishoudens komt de betaalbaarheid onder druk te staan. Er is steeds vaker sprake van slechts &eacute;&eacute;n inkomen, terwijl de steeds stijgende gemeentelijke lasten en energiekosten het effect versterken. Het inkomen stijgt veelal niet in dezelfde verhouding mee. De groep 65+ heeft veel vaker dan de jongere groepen voorkeur voor een huurwoning. In combinatie met de betaalbaarheid zou de verhouding tussen koop en huur wellicht op de schop moeten. De koopsector zal mogelijk last ondervinden van de groeiende groep senioren die van de koopwoning afwil, maar te maken krijgt met een geringer aantal starters en doorstromers.&nbsp; Alle ontwikkelingen samen maken het niet gemakkelijk om bouwplannen en woonvisies voor de meest ideale situatie in te vullen. Een bijkomend effect is dat minder vaak dan voorheen gepland de slopershamer hoeft te worden gehanteerd. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 28 Oct 2011 12:37:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=145</comments></item><item>
      <title>Woningmarkt op Prinsjesdag</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=144</link>
      <description><![CDATA[<p>Ge&iuml;nteresseerden in de woningmarkt zullen op Prinsjesdag tevergeefs in de miljoenennota gezocht hebben naar een zinnige bijdrage over de woningmarkt. Die was er niet, de zoekterm &ldquo;woningmarkt&rdquo; leverde in de online versie zelfs geen enkele verwijzing op. Toch zullen de komende maanden enkele beslissingen moeten worden genomen die van belang zijn voor de woningmarkt. De termijn van de verhoogde NHG grens loopt immers per 31 december van dit jaar af. De lobby om deze grens te handhaven is inmiddels gestart en honorering hiervan zou meer dan terecht zijn. De huidige grens kost nauwelijks iets en biedt kopers rentevoordeel (dus ook minder belastingaftrek) en extra zekerheid. De verlaging van de overdrachtsbelasting duurt tot 30 juni volgend jaar, ook hier heeft een wijziging een grote impact op het koopgedrag. De positieve resultaten van de verlaging zijn nog niet wat ervan werd verwacht, maar dat is door de verlaagde leenquote en de grote economische onzekerheid ook begrijpelijk. Zolang dit kabinet aan de macht is, verandert er niets op het gebied van beperking van de hypotheekrenteaftrek, de discussie woedt niettemin ondergronds voort. </p><p>De woningmarkt vormt een integraal onderdeel van de economie en het financi&euml;le beleid.&nbsp; De regering streeft naar een compacte en meer doelmatige overheid. In de headline staat letterlijk&nbsp;&nbsp; &ldquo;Een sterke economie gaat samen met een compacte en doelmatig werkende overheid. Een overheid die geen onevenredig financieel en personeel beslag legt op de economie, een overheid die keuzes maakt en effectief opereert, zonder overbodige bestuurslagen, onnodige regels en ondoelmatige subsidies.&rdquo; Een dergelijke doelstelling biedt perspectief voor veranderingen zou je zeggen. De praktijk is doorgaans weerbarstiger dan de theorie. Er wordt al tientallen jaren over de hervorming van de woningmarkt gepraat.<br /><br />Toch zal het op een gegeven moment nodig zijn om de woningmarkt effici&euml;nter te laten functioneren. Soms kan een eenvoudige maatregel de overheid miljoenen besparen, zonder dat dit de woningmarkt of economie in gevaar brengt. Zo zou de eenmalige aftrek van de hypotheekkosten kunnen worden afgeschaft. Op dit moment is er sprake van een dubbele aftrek, eenmalig en vervolgens gedurende de looptijd via de hypotheekrenteaftrek. Naast kostenbesparingen bij de belastingdienst, levert deze besparing al gauw een paar honderd miljoen per jaar op. Het lichte nadeel voor kopers valt, zeker door de verlaagde overdrachtsbelasting, te billijken. Dit is slechts &eacute;&eacute;n voorbeeld, ik kan me voorstellen dat we met z&rsquo;n allen nog wel honderden idee&euml;n kunnen bedenken.&nbsp;&nbsp; </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 30 Sep 2011 11:46:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=144</comments></item><item>
      <title>Minder krimp helpt ook woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=143</link>
      <description><![CDATA[De woningmarkt in Limburg wordt de laatste jaren geregeerd door de crisis en de krimp. De economische crisis is een nationaal en wereldprobleem, dus dat lossen we niet zo maar even op. De krimp uiteraard ook niet, maar dat is veel meer een regionaal gegeven. Toch was er recent positief nieuws te melden toen de rekenmeesters van Etil een rapport met nieuwe cijfers naar buiten brachten over de krimp van de Limburgse bevolking en het aantal huishoudens. <br /><br />Etil heeft, ondanks goede bedoelingen in het verleden, de prognoses fors naar boven moeten bijstellen, waardoor in feite sprake is van minder krimp. Bovendien sluiten de cijfers nu ook veel beter aan bij de getallen van het CBS, die altijd al van minder krimp uitgingen. Voor de woningmarkt is het aantal huishoudens het meest van belang. Tot en met 2025 is er volgens de laatste prognose alleen in Parkstad Limburg sprake van een krimp en wel van ongeveer 3.000 huishoudens. Alle andere regio&rsquo;s groeien nog. Na 2025 zal de regio Zuid Limburg als geheel gaan krimpen, maar Midden- en Noord Limburg hebben daar zelfs in 2040 nog geen last van. <br /><br />Prognoses blijven moeilijk en vooral de migratiestromen zijn nimmer exact in te schatten. De nieuwe ramingen zorgen er ook voor dat woonvisies met nieuwbouwplannen en sloopopgaven kunnen worden aangepast. Tekorten op de woningmarkt leiden immers tot hogere prijzen en overschotten veroorzaken het omgekeerde effect. Tekorten zullen zich vooralsnog niet aandienen, daarvoor is het aanbod momenteel veel te groot. Wel komen er meer eenpersoonshuishoudens en meer senioren, dus aanpassingen op het gebied van gewenste woningkwaliteit blijven zeer zeker nodig. <br /><br />De woningmarkt staat echter niet op een eiland. Een reeks aan factoren bepaalt uiteindelijk de toekomst, waarbij vooral de economie, werkgelegenheid en besteedbaar inkomen van doorslaggevende aard zijn. Met de werkloosheid gaat het langzaam beter, juist door het afnemen van de potenti&euml;le beroepsbevolking en de toenemende vergrijzing. Zo daalt de beschikbare beroepsbevolking in Parkstad Limburg vanaf nu jaarlijks met meer dan 1.000 mensen. Het zou zo maar kunnen zijn dat bedrijven werknemers van elders moeten aantrekken om de toenemende vraag op de arbeidsmarkt in te vullen. Als dat jongere mensen zijn, bijvoorbeeld gezinnen met kinderen, dan betekent dat opnieuw een bijstelling van de prognoses kan plaatsvinden. Het omgekeerde, dat niet direct voor de hand ligt, zou ook kunnen gebeuren, namelijk dat bedrijven hun heil elders gaan zoeken. Vanzelfsprekend zal een nieuw bedrijf dat zich ergens wil vestigen tevens oog hebben voor het aantal beschikbare werknemers. Een integrale visie op het gebied van woningmarkt, arbeidsmarkt en economie, dat is in feite wat we met z&rsquo;n allen nodig hebben.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; ]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 31 Aug 2011 09:25:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=143</comments></item><item>
      <title>Huizenprijs bereikt hoogste niveau in 12 maanden</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=142</link>
      <description><![CDATA[<div>Met &euro; 248.400 bereikte de gemiddelde koopsom van bestaande woningen in juli het hoogste niveau van de laatste 12 maanden. De stijging ten opzichte van juli 2010 bedraagt 1,3%. Dit blijkt uit een analyse van Woningmarktcijfers.nl op basis van de absolute koopsomgegevens van het kadaster. Het laagste prijsniveau (&euro; 234.000) werd in februari gemeten. De provincies Gelderland, Noord Holland, Zuid Holland en Overijssel bereikten eveneens in juli de hoogste prijs. De maandelijkse ontwikkelingen per provincie zijn op de website te bekijken. Over de eerste zeven maanden van 2011 bedraagt de gemiddelde koopsom &euro; 242.100, een stijging van 1% ten opzichte van de eerste zeven maanden van 2010. In vergelijking met het gehele jaar 2010 bedraagt de stijging 1,1%. Vrijwel alle woningtypen werden duurder, de halfvrijstaande woningen zelfs &euro; 5.000 ofwel 2%. Alleen tussenwoningen waren gemiddeld &euro; 2.000 goedkoper. Op de gemiddelde woningprijs is verder de verdeling naar type van belang. Zo steeg het aandeel van de vrijstaande woningen (het duurste woningtype) met 0,5%, terwijl het aantal appartementen (het goedkoopste woningtype) met 0,5% daalde. Alle overige woningtypen veranderden nauwelijks in omvang. <br /><br />Minder woningtransacties, effect overdrachtsbelasting nog niet zichtbaar.<br />In de eerste zeven maanden van 2011 werden 68.323 woningen door het kadaster geregistreerd, 4,9% minder dan in dezelfde periode van 2010. In de maand juli kregen de transacties een forse klap te verwerken, de daling ten opzichte van juli 2010 bedroeg maar liefst 14,8%. In 2011 werden alleen in Zeeland meer woningen verkocht (+1,1%). Alle overige provincies zitten in de min met Flevoland als grootste daler (-10,3%). Het effect van de verlaagde overdrachtsbelasting zal volgens Leo van de Pas, directeur van Woningmarktcijfers.nl, voorlopig ook nog niet zichtbaar zijn in de kadastergegevens. Zoals bekend worden woningen die in juli door de makelaars zijn verkocht pas drie tot vier maanden later via de notaris overgedragen en bij het Kadaster geregistreerd. Vanaf september-oktober zal het effect van de verlaging dus pas zichtbaar zijn en voordat er sprake kan zijn van een stijging zal eerst de opgelopen achterstand van 5% moeten worden weggewerkt. Een overzicht van de gemiddelde koopsom per provincie is te vinden op de website <a href="http://www.woningmarktcijfers.nl/">www.woningmarktcijfers.nl</a>.<br /><br />Woningmarktrapport tweede kwartaal beschikbaar.<br />Gedetailleerde marktinformatie en uitgebreide kwartaalrapporten zijn op de website van Woningmarktcijfers.nl beschikbaar van elke gemeente en regio in Nederland. Naast prijsontwikkelingen en transactieaantallen bevatten de rapporten o.a. de verkooptijd van woningen (TVT) en demografische ontwikkelingen. De rapporten van het tweede kwartaal 2011 zijn nu beschikbaar. <br /><br /></div><div>Noot met betrekking tot de cijfers.<br />De gegevens van Woningmarktcijfers.nl zijn gebaseerd op de absolute koopsom- en transactiegegevens van het Kadaster, geregistreerd op het moment van notari&euml;le levering van de woning. <br /></div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 24 Aug 2011 15:45:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=142</comments></item><item>
      <title>Crisis woningmarkt vanaf 2006 in beeld</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=141</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">De woningmarkt beleeft zware tijden. Ten opzichte van het topjaar 2006, toen er bijna 210.000 woningen van de hand gingen, is het aantal woningtransacties in Nederland gedaald met 40%. De top van de woningprijzen werd in 2008 bereikt met &euro; 253.500. <br /><br />Sindsdien is de gemiddelde koopsom met 5,5% gedaald tot &euro; 239.500. In 2010 bleef de woningmarkt met pijn en moeite overeind. De gemiddelde koopsom steeg weliswaar met 0,5%, dit was echter voornamelijk het gevolg van meer verkopen van halfvrijstaande en vrijstaande woningen. Het aantal geregistreerde transacties daalde met 1,1% tot 126.127. <br /><br />Lees het volledige artikel op <a title="Crisis woningmarkt vanaf 2006 in beeld" href="http://www.woningmarktcijfers.nl/nieuws/crisis_woningmarkt_vanaf_2006_in_beeld.htm" target="_blank">Woningmarktcijfers.nl</a>.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 26 Apr 2011 10:15:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=141</comments></item><item>
      <title>Overdrachtsbelasting</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=140</link>
      <description><![CDATA[<div>Met de tijdelijke verlaging van de overdrachtsbelasting van 6% naar 2% krijgt de woningmarkt een prima impuls.&nbsp;&nbsp;<br /><br />Door deze verlaging moet het voor potenti&euml;le kopers makkelijker worden om de financiering van een nieuwe woning rond te krijgen. Dat was ook hard nodig, want door een forse verlaging van de leenquote vielen veel kopers buiten de boot. Het lijkt dan ook onwaarschijnlijk dat de verlaging zal leiden tot meer hypotheekconsumptie. Door de verlaging van de overdrachtsbelasting hoeft er minder te worden geleend en hoeft er ook minder hypotheekrenteaftrek te worden terugbetaald. Per saldo natuurlijk niet, omdat het de bedoeling is dat er meer huizen worden verkocht en dus ook meer hypotheken worden afgesloten. De terugverdientijd van de kosten koper wordt gehalveerd, waardoor mensen eerder kunnen verhuizen, bijvoorbeeld bij verandering van baan. <br /><br />Het is jammer dat de overdrachtsbelasting niet helemaal is afgeschaft en de verlaging slechts &eacute;&eacute;n jaar geldt. We kunnen nu wel een vreugdedansje maken, maar volgend jaar zitten we opnieuw met een kater, de problemen op de woningmarkt zijn dan nog zeker niet opgelost.&nbsp;Het huidige kabinetsbesluit is zeker een aardige opsteker en kan de weg vrijmaken voor definitieve en algehele afschaffing.&nbsp; Een nieuwe bankenheffing moet nu een deel van het gemis aan inkomsten compenseren. Een rare methode om te compenseren, er zijn veel betere oplossingen denkbaar. Zo zou het niet meer dubbel aftrekbaar maken (eenmalig en jaarlijks via hypotheek) van de afsluitkosten van een hypotheek eveneens een besparing van 500 miljoen euro per jaar kunnen opleveren. Het bespaart ook nog werk bij de belastingdienst. Het zou bovendien meer dan re&euml;el zijn om de premie voor de Nationale Hypotheekgarantie te verhogen naar 1 of 1,5%. Nu wordt nog geen half procent betaald, terwijl met NHG een rentekorting van een 0,5% per jaar wordt genoten en dat tijdens de gehele looptijd. Met een hogere premie kan de tijdelijk verhoogde grens tot &euro; 350.000 blijvend worden, ook op dit onderwerp verdient de woningmarkt eindelijk zekerheid. Als volgens verwachting, vanwege de verlaging van de overdrachtsbelasting, het aantal transacties fors gaat toenemen, zal het verlies voor de overheid beperkt blijven. Door meer werkgelegenheid in de bouw en woningmarktsector, extra belastinginkomsten zoals BTW is het zelfs de vraag of de overheid er financieel op achteruit gaat. Er zijn dus volop argumenten om de overdrachtsbelasting definitief en helemaal af te schaffen en de woningmarkt volgend jaar niet opnieuw te frustreren.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 06 Jul 2011 08:28:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=140</comments></item><item>
      <title>Energiekosten worden hot</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=139</link>
      <description><![CDATA[<div>Energiekosten vormen een steeds belangrijker deel van de woonlasten van huiseigenaren en huurders. Grofweg kan gesteld worden dat deze kosten de laatste tien jaar zijn verdubbeld. Ook voor de komende tien jaar wordt een verdubbeling verwacht. Per 1 juli moet alleen al voor de gasprijs op een stijging van 16% worden gerekend. Volgens de energiekostenschijf van het Agentschap.nl betalen bewoners van een halfvrijstaande woning nu gemiddeld &euro; 150 (bij een A label) tot &euro; 200 per maand (bij een G label) aan energiekosten. <br /><br />Reden voor minister Donner om via allerlei maatregelen aandacht te vragen voor het terugdringen van het energieverbruik. Dit lijkt een beetje dubbel want ca. 40% van alle energiekosten vloeien terug naar het rijk in de vorm van energiebelasting en BTW. Zoals u wellicht weet, is sinds januari 2008 een energielabel verplicht bij de verkoop van woningen. Vooral door twijfels over de betrouwbaarheid van het energielabel kwam daar weinig van terecht. Slechts 15% van de verkochte woningen wordt momenteel voorzien van het label. Door aangebrachte verbeteringen en nieuwe wettelijke eisen zal vermoedelijk na 2013 geen woning meer van eigenaar kunnen wisselen, zonder dat het energielabel wordt bijgeleverd. De bedoeling en verwachting is, dat het label gaat bijdragen aan het bewustwordingsproces bij het terugdringen van het energieverbruik en uitstoot van CO2. </div><div><br />Voor de communicatie is een belangrijke rol weggelegd voor het Agentschap.nl, voorheen het Serternovem geheten. Voor consumenten, makelaars en notarissen zijn fraaie brochures ontwikkeld. En er is een hele praktische website (<a href="http://www.verbeteruwhuis.nl/">www.verbeteruwhuis.nl</a>) waar iedereen kan zien hoe comfortabel en zuinig de woning nu is, welke energiebesparende maatregelen er mogelijk zijn en of voor de uitvoering daarvan subsidies beschikbaar zijn. De voordelen van energiebesparende maatregelen zijn legio. Naast een aangenamer leefklimaat en lagere woonlasten bestaat er een re&euml;le kans dat bij verkoop uw woning sneller wordt verkocht en wellicht zelfs een iets hogere prijs zal opleveren. Uiteraard heeft elk voordeel zijn nadeel. Het label brengt kosten met zich mee en de regeldruk neemt opnieuw toe. Daar staat tegenover dat er weer werkgelegenheid wordt gecre&euml;erd. Diverse bureaus hebben enkele jaren geleden fors ge&iuml;nvesteerd in de uitvoering van het energielabel, maar moesten na enkele maanden wegens geldgebrek hun deuren sluiten. Zij kunnen zich weer opmaken voor nieuwe omzetkansen, het gaat al gauw om 200.000 keuringen per jaar. </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Mon, 04 Jul 2011 08:26:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=139</comments></item><item>
      <title>Doorbreek het negatieve sentiment!</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=138</link>
      <description><![CDATA[<div>De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) wil met een landelijke campagne het negatieve sentiment op de woningmarkt doorbreken. Vooral starters wil men wijzen op de kansen die er voor veel van hen nog steeds op de markt liggen. Het gaat dan voornamelijk om het lagere prijsniveau van woningen en de relatief lage hypotheekrente. Een andere campagne-uiting benadrukt juist voor doorstromers de voordelen die de huidige marktsituatie voor hen te bieden heeft. </div><div><br />De woningmarkt heeft het de laatste jaren zwaar te verduren en er lijkt geen einde te komen aan de alsmaar doorlopende slecht-nieuws-show. Dat de NVM deze trend wil doorbreken is prima en past ook volledig bij de doelstellingen van de NVM. Opvallend is echter wel dat de campagne deze keer wordt ondersteund door de Vereniging Eigen Huis en het waarborgfonds dat de Nationale Hypotheekgarantie verzorgt. De directie van beide organisaties is het met de argumenten van de NVM eens, dat het nu niet pers&eacute; een ongunstige periode hoeft te zijn voor de aankoop van een huis. In het verleden was dat wel eens anders, het was immers Mevr. Pernot van de VEH die in 2008 in een TV programma haar leden opriep om &ldquo;nu maar even geen huis te kopen&rdquo;.&nbsp;&nbsp;&nbsp; </div><div><br />Los van dit alles blijft het natuurlijk de vraag of een dergelijke campagne in staat is het consumentenvertrouwen positief te be&iuml;nvloeden. De achterliggende voorwaarden, zoals de economische situatie (werk en inkomen), de zwaardere eisen voor hypotheekverstrekking en de licht gestegen hypotheekrente, veranderen hierdoor natuurlijk niet.&nbsp; Feit is wel, dat kopers door de vele negatieve uitlatingen over de woningmarkt, deels ten onrechte, kopschuw zijn geworden. Feit is bijvoorbeeld ook dat de gemiddelde woningprijs over de eerste vier maanden van 2011 ruim 1% boven het niveau van 2010 ligt, een gegeven dat nauwelijks doordringt in de media. Met andere woorden, het is beslist niet alleen maar kommer en kwel. </div><div><br />Ook zou je je kunnen afvragen waarom de NVM&nbsp; en de andere makelaarsverenigingen, de consumentenorganisaties, de bouwers en projectontwikkelaars in dit land, kortom alle partijen die betrokken zijn bij de woningmarkt, er niet in slagen om voor de woningmarkt &eacute;&eacute;n gezamenlijk standpunt in te nemen. Uiteindelijk ligt de sleutel voor het vlottrekken van de woningmarkt bij de overheid en nergens anders. Bij het aandragen van praktische oplossingen grossieren de marktpartijen in individuele adviezen en afwijkende voorstellen, begrijpelijk dat de overheid daar moeilijk mee uit de voeten kan.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 08 Jun 2011 17:15:13 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=138</comments></item><item>
      <title>Veilig hypotheekbeheer</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=137</link>
      <description><![CDATA[<div>De Autoriteit Financi&euml;le Markten (AFM) was de aflopen weken dubbel in het nieuws. Enerzijds was er de scheidende bestuursvoorzitter die pleitte voor extra aflossing, ook van bestaande aflossingsvrije hypotheken. Aan de andere kant was er het onderzoek dat de AFM instelde tegenover handelaren die prijsafspraken zouden maken bij de executieveilingen. Hoewel het ogenschijnlijk verschillende zaken zijn, hebben zij echter wel alles met elkaar te maken, namelijk het risico van een tekort bij een onvrijwillige verkoop. </div><div><br />De laatste paar jaar werden iets meer dan 2.000 woningen via een openbare verkoop (executieveiling) verkocht. Daarnaast werd vermoedelijk nog eens zo&rsquo;n zelfde aantal onvrijwillig door banken verkocht, zonder dat deze&nbsp; op een veiling kwamen. Op basis van het eigen woningbezit van ruim 4 miljoen woningen gaat het om minimale aantallen, maar het blijft vervelend als het je overkomt. Soms is het eigen schuld, maar in de meeste gevallen breekt het verlies van werk of het verbreken van een relatie huiseigenaren op. De hypotheeklasten kunnen niet meer worden betaald en er volgt een gedwongen verkoop. Kopers met Nationale Hypotheekgarantie (NHG) zijn hierbij in het voordeel, behoudens grove eigen schuld wordt de restantschuld kwijtgescholden. Het risico doet zich vooral voor in de eerste jaren na de aankoop, omdat de 10% kosten koper veelal worden meegefinancierd. <br /><br />Uit een onderzoek van Woningmarktcijfers.nl uit 2010 blijkt dat woningen op een veiling gemiddeld 30% ofwel &euro; 55.000 minder dan de werkelijke waarde opbrengen. Oorzaak hiervan is het al jaren falende veilingsysteem, waar handelaren vrij spel hebben en volgens de AFM onderling prijsafspraken maken en de buit bij toerbeurt verdelen. Particuliere kopers kunnen nauwelijks op een veiling terecht, terwijl banken en het Waarborgfonds Eigen Woningen (uitvoerder NHG), zeker in het verleden, nalieten de schade te beperken door actief mee te bieden. Uit hetzelfde onderzoek blijkt immers ook dat de helft van de geveilde woningen binnen 6 maanden werd doorverkocht tegen een gemiddeld &euro; 30.000 hogere prijs. Het werkelijke verlies per woning bedraagt in feite slechts &euro; 25.000. Hiervan kan weer de helft worden toegerekend aan de bij aankoop betaalde overdrachtsbelasting.<br /><br />De roep om de eerste jaren het geleende bedrag dat boven de waarde van de woning uitstijgt versneld af te lossen, klinkt dan ook paradoxaal. De kans dat bestaande huiseigenaren hierdoor juist in de problemen komen is niet ondenkbaar. In feite wordt van kopers verwacht dat zij de meegefinancierde overdrachtsbelasting en een dreigend tekort bij gedwongen verkoop als gevolg van een falend veilingsysteem versneld aflossen. Zo bezien een geniale oplossing van de slimmeriken uit Den Haag voor een probleem dat ze zelf hebben gecre&euml;erd. </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 11 May 2011 09:06:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=137</comments></item><item>
      <title>Kan de arbeidsmarkt de woningmarkt redden?</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=134</link>
      <description><![CDATA[<div>Recente cijfers van het CBS tonen opnieuw aan dat de groei van inwoners en huishoudens zich voornamelijk in de Randstad zal afspelen. De groei van het aantal huishoudens, vooral van belang voor de woningmarkt, is, met ruim een miljoen tot 2045, vooral het gevolg van de toename van het aantal eenpersoons huishoudens. Gemiddeld minder mensen in een woning dus, wat eveneens gevolgen zal hebben voor de grootte van woningen en de betaalbaarheid ervan. Die feiten spelen ook voor Limburg, ook al zal het aantal huishoudens na een beperkte stijging, sneller dan elders gaan afnemen. Voor sommige regio&rsquo;s, zoals Parkstad, is de daling van huishoudens nu al een feit. Ondanks de daling van huishoudens zal er in de woningmarkt nog volop werk aan de winkel zijn, voornamelijk om de woningvoorraad en woningkwaliteit beter te laten aansluiten bij de wensen van de bevolking.</div><div><br />Een ander aspect dat steeds pregnanter voor Limburg wordt, is de arbeidsmarkt. Vanwege de vergrijzing heeft de potenti&euml;le beroepsbevolking, wat omvang betreft, reeds de daling ingezet, een proces dat de komende jaren alleen maar zal versterken. Door de dalende bevolkingsomvang zal in bepaalde sectoren weliswaar de behoefte aan arbeidskrachten afnemen, denk hierbij aan winkelpersoneel en dienstverleners. Aan de andere kant is in het geheel niet duidelijk hoeveel arbeidskrachten er op termijn nodig zullen zijn voor de zorg, de toeristische sector en andere sectoren. De mobiliteit speelt hierbij een rol, evenals de technische vooruitgang. Aannemelijk is echter, dat over een aantal jaren tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan, tekorten die niet binnen de regio kunnen worden opgevangen. Hier biedt de krimp dus kansen, kansen om medewerkers van elders aan te trekken. De Kamer van Koophandel speelt hier al met nieuwe programma&rsquo;s op in. De toestroom van personeel uit andere delen van Nederland of het buitenland kan dan resulteren in een positieve migratie. In het meest positieve scenario betekent dit, dat de krimp wordt afgeremd en er wellicht toch meer woningen nodig zullen zijn dan thans voorzien. Door een tijdige bewustwording van deze ontwikkeling en door hier krachtig op in te spelen, wordt de kans op het negatieve scenario ook steeds kleiner. Het negatieve scenario zou betekenen dat bedrijven er niet in slagen om arbeidskrachten van elders aan te trekken en naar andere gebieden met voldoende arbeidspotentieel zullen verhuizen. Nieuwe bedrijven zullen zich door deze tekorten al helemaal niet meer in onze regio willen vestigen. Dan zou de woningmarkt pas echt ver van huis zijn. </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 26 Apr 2011 14:53:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=134</comments></item><item>
      <title>Lentekriebels</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=133</link>
      <description><![CDATA[<div>Nu de winterperiode definitief plaats heeft gemaakt voor een nieuwe lente, rijst de vraag of ook de woningmarkt zal ontwaken uit haar diepe winterslaap. Hoewel meteorologische gebeurtenissen niet veel van doen hebben met het economische, kunnen voorjaarskriebels zeker meehelpen om een einde te maken aan de sombere winterperiode, die de huizenmarkt de afgelopen twee jaar heeft getroffen. Na jaren van onstuimige groei, is ook de vastgoedsector (o.a. makelaars, notarissen en bouwsector) bezig geweest met een noodgedwongen sanering, zeg maar, een grote voorjaarsschoonmaak.<br /><br />Van oudsher worden in de periode april tot en met juni de meeste woningen verkocht. Naast emotionele aspecten verklaren praktische zaken de achterliggende reden. De donkere en gure&nbsp; wintermaanden vormen niet het meest aantrekkelijkste decor om er op uit te trekken en naar huizen te gaan kijken. Hoe anders is dat in het voorjaar, zeker nadat de klok is verzet en kopers met een extra uurtje kijktijd naar buiten worden gelokt. De open huizen dagen komen er weer aan en nodigen gegadigden uit tot een non stop looking. Een ander praktisch feit, is dat veel mensen, al of niet met schoolgaande kinderen, de vakantieperiode gebruiken om te verhuizen, en verhuizen doe je een paar maanden na de koop.&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br />&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br />De economische crisis en een tanend consumentenvertrouwen zorgden de afgelopen jaren voor een afwachtende consument. Een vertrouwen dat herwonnen moet worden door een herstellende economie, eventueel gestimuleerd door een hulpvaardige overheid, die bijvoorbeeld de 6% overdrachtsbelasting zou kunnen afschaffen. Hoewel hieraan, onder meer door de dalende leenquote en strengere financieringseisen, vooralsnog niet wordt voldaan, zullen uiteindelijk vele consumenten, die hun verhuiswens tijdelijk in de ijskast hebben geparkeerd, tot actie overgaan en verhuisplannen daadwerkelijk realiseren. Een goede en prettige woonomgeving vervult niet voor niets &eacute;&eacute;n van de basisbehoeften van de mens en om dat te bereiken is permanent &eacute;&eacute;n op de zeven huishoudens bezig met verhuizen, zowel starters als doorstromers. Zo houden deze de woningmarkt vitaal en leveren zij een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. De prikkelende werking van een nieuwe lente is hierbij een prettige bijkomstigheid. </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 16 Mar 2011 10:50:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=133</comments></item><item>
      <title>Limburg doet nauwelijks mee in de ranglijst van duurste woongemeenten in Nederland.</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=132</link>
      <description><![CDATA[<div>In Blaricum betaalden kopers in 2010 gemiddeld bijna acht ton voor een bestaande koopwoning, waarmee Blaricum opnieuw de duurste woongemeente van Nederland is. Bloemendaal bezet de tweede plaats, gevolgd door Laren en Wassenaar. Voor makelaars zijn dit prijzen om je vingers bij af te likken. Het is even zoeken naar de Limburgse toppers in dit lijstje, maar op plaats 99 staat Eijsden met &euro; 284.000, gevolgd door Mook en Middelaar, Margraten en Meerssen. Als fusiegemeente staat Eijsden-Margraten op gelijke hoogte met Mook en Middelaar. De grotere gemeenten volgen op gepaste afstand, Maastricht op plaats 282 en Weert op plaats 298. Richting staart komen we Roermond tegen op 346, Venlo op 401 en&nbsp; Sittard-Geleen op 404. Heerlen sluit de rij als een van de vijf goedkoopste gemeenten van Nederland met &euro; 143.000 op plaats 425 van in totaal 430 gemeenten. De meeste Limburgse gemeenten verliezen een aantal plaatsen.<br />&nbsp;<br />De schaduwzijde van een miljonairswoning.<br />In Nederland werden in het afgelopen jaar nog geen 600 woningen verkocht met een prijs van meer dan een miljoen euro, in 2008 waren dat er nog 1.200. Het dure segment heeft het dus moeilijker dan de gemiddelde woningmarkt. Het aantal verkochte woningen bedraagt hier ongeveer 2% van de voorraad, terwijl over de gehele linie 3,5% van de koopvoorraad werd verkocht. Dit probleem zien we ook terug bij de theoretische verkooptijd van woningen. In het goedkope segment vergt het 12 maanden om de gehele voorraad te verkopen, in het prijssegment boven &euro; 500.000 spreken we in Nederland over 48 maanden. Het merendeel van de miljonairswoningen staat logischerwijs in Noord- en Zuid Holland en de provincie Utrecht. Het aantal in Limburg is net niet op &eacute;&eacute;n hand te tellen. Als we het topsegment in Limburg vanaf&nbsp; &euro; 600.000 nemen, zien we vorig jaar 60 transacties op de teller staan, ruim een procent van de totale markt. <br /></div><div><br />Kansen voor Limburg<br />Voor kopers in het topsegment biedt Limburg dan ook onge&euml;venaarde mogelijkheden, niet alleen voor een fraai en landelijk woongenot, maar ook qua prijsniveau. Om een topwoning in Limburg te kunnen financieren, mag het jaarinkomen, in vergelijking met de Randstad, dus ongeveer een ton lager zijn. Een topwoning in Limburg zal bovendien minder last hebben van het loslaten van de maximum grens van het eigenwoningforfait. Het toptarief voor bijtelling van het eigenwoningforfait over de waarde boven ruim een miljoen, stijgt de komende jaren van 0,8% tot 2,35% in 2016. Alleen voor eigenaren zonder hypotheekschuld of met een kleine hypotheekschuld blijft deze forse stijging beperkt. Fiscaal gezien is Limburg een eldorado. Zo zie je maar weer, elk nadeel heb z&rsquo;n voordeel.&nbsp; <br /><br /></div><div>Ranking duurste gemeenten qua koopsom&nbsp; <br />1. Blaricum&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 788.000<br />2. Bloemendaal &nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 667.000<br />3. Laren &nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 610.000<br />4. Wassenaar&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 558.000</div><div><br />Duurste in Limburg<br />99.&nbsp; Eijsden&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 284.000<br />126. Mook en Middelaar&nbsp;&nbsp;&euro; 273.000<br />161. Margraten &nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 263.000<br />200. Meerssen &nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 250.000</div><div><br />Overige grote Limburgse gemeenten</div><div>282. Maastricht&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 223.000<br />298. Weert&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 217.000<br />346. Roermond&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 200.000<br />401. Venlo&nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 177.000<br />404. Sittard-Geleen&nbsp;&nbsp;&euro; 176.000<br />425. Heerlen &nbsp;&nbsp;&nbsp;&euro; 143.000</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 16 Mar 2011 10:45:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=132</comments></item><item>
      <title>Goedkoop wonen in Limburg</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=131</link>
      <description><![CDATA[<div>Onlangs zijn de woningmarktcijfers over het jaar 2010 vrijgegeven. Blaricum is daarin opnieuw de duurste woongemeente van ons land, Pekala de goedkoopste. Opvallend is dat maar liefst drie Limburgse gemeenten in de top 10 met goedkoopste woningen staan: Kerkrade, Heerlen en Brunssum. En de prijzen dalen hier nog steeds. Dat vraagt om en toelichting.&nbsp;</div><div><br />De koopsom van bestaande koopwoningen in Nederland bedroeg in 2010 gemiddeld 239.500 euro, een lichte stijging van 0,5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. In Limburg liggen de kaarten echter iets anders. Hier bedroeg in 2010 de gemiddelde koopsom 195.200 euro, 0,9 procent lager dan in 2009. Na de gemeente Pekela en Oldambt is Brunssum met een gemiddelde koopsom van 140.600 euro de goedkoopste gemeente van Nederland. In tegenstelling tot de duurste gemeenten, nam het aantal transacties in de drie goedkoopste gemeenten opnieuw af met 12 tot 17 procent, terwijl in 2009 de transactiedaling juist geringer was dan in de duurste gemeenten. Van de 34 gemeenten in Limburg zijn slechts vijf gemeenten met een gemiddelde koopsom die boven het landelijk gemiddelde ligt. Dat zijn achtereenvolgens Eijsden, Mook en Middelaar, Margraten, Meerssen en Nederweert.<br /><br />Volgens Leo van de Pas, eigenaar van Woningmarktcijfers.nl, is de relatief lage gemiddelde woningprijs (en de daling ervan) in Limburg eenvoudig te verklaren. &ldquo;De economische ontwikkeling loopt in Limburg achter bij andere delen van ons land. Het gemiddeld inkomen ligt dan ook lager dan bijvoorbeeld in de Randstad. Een tweede factor die meespeelt is de bevolkingskrimp, met name in Zuid-Limburg. Als je nu wilt verkopen, zul je dus met wat minder genoegen moeten nemen. Reken op zo&rsquo;n tien tot twintig procent minder dan gehoopt. Dat is in feite nadelig voor de groep mensen die afscheid neemt van de koopwoning en vervolgens gaat huren. De groep mensen die zich buiten de regio gaat vestigen, zal ook dieper in de portemonnee moeten tasten. Koop je echter in dezelfde regio een woning terug, dan kun je ook goedkoper kopen en voor starters is de situatie natuurlijk helemaal ideaal. En laten we eerlijk zijn, mensen die tien tot twintig jaar geleden een woning hebben aangekocht, kunnen nog steeds heel tevreden zijn; de waarde van hun woning is immers (meer dan) verdubbeld.&rdquo; <br /><br />De WOZ-waarde is een verhaal apart, die ijlt volgens Van de Pas altijd wat na. &ldquo;De WOZ-waarde loopt nooit helemaal in de pas met de waardevermeerdering of &ndash;daling van de woning. Bovendien, gemeenten willen hoe dan ook belasting ontvangen, is het niet via de WOZ, dan wel via een hoger OZB tarief&nbsp; of via hogere overige gemeentelijke lasten.&rdquo;</div><div>Kijk voor de prijsontwikkelingen van woningen in uw gemeente of een WOZ berekening op <a href="http://www.woningmarktcijfers.nl/">www.woningmarktcijfers.nl</a> </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 16 Feb 2011 16:45:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=131</comments></item><item>
      <title>Ze zijn er weer… de WOZ aanslagen</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=130</link>
      <description><![CDATA[<div>De komende maanden zal bij huiseigenaren en bedrijven weer de jaarlijkse beschikking en aanslag voor de onroerende zaakbelasting in de bus vallen. De aanslag is een uitvloeisel van de Wet waardering onroerende zaken, oftewel WOZ. Sinds 1 januari 2006 wordt de aanslag uitsluitend nog aan eigenaren van woningen opgelegd en niet meer aan gebruikers. De onroerende zaakbelasting blijft een omstreden kwestie, niet in de laatste plaats door de manier en kwaliteit van vaststelling van de waarde van woningen. Deze belasting vormt een belangrijke inkomstenbron voor gemeenten. De vastgestelde woningwaarde dient naast basis voor de OZB heffing eveneens als uitgangspunt voor de heffing van het waterschap en de berekening van het eigenwoningforfait. Over dit eigenwoningforfait moet inkomstenbelasting worden betaald, tenminste als u nog een hypotheek op uw woning heeft. Voldoende reden dus om de waarde-ontwikkeling, zoals de gemeente die opgeeft, te controleren en indien nodig bezwaar te maken. <br /><br />De woningwaarde wordt sinds kort jaarlijks ge&iuml;ndexeerd op basis van actuele prijsontwikkelingen. Voor de komende beschikking geldt de waardeontwikkeling tussen de peildata 1-1-2009 en 1-1-2010. Volgens de Waarderingskamer (een overheidsorgaan dat toezicht houdt op de uitvoering van de wet) zijn de waardes in Nederland in deze periode gemiddeld met 2,3% gedaald. De Waarderingskamer motiveert deze beperkte daling met het verhaal dat duurdere woningen relatief meer in prijs zouden zijn gedaald, iets dat volgens de werkelijke cijfers niet hard te maken is. Volgens Woningmarktcijfers.nl is de gemiddelde koopsomontwikkeling tussen beide peildata (tevens goede indicatie voor waardeontwikkeling) in Limburg met 4 tot 5% afgenomen. Voor de 2/1 kapwoning/hoekwoning en vrijstaande woning met 5 resp. 6,5%, terwijl de daling voor de tussenwoning en het appartement beperkt bleef tot 1,8 en 2,8%. <br /><br />De woningwaarde is &eacute;&eacute;n aspect, het tarief dat gemeenten berekenen het andere. Tarieven worden te pas en onpas aangepast om gaten in de gemeentebegroting te dichten. Zelfs bij licht stijgende tarieven zal de belastingopbrengst in de meeste gemeenten stijgen, ook al gaat het slechts om enkele tientjes per eigenaar per jaar. Vele tientjes maken uiteindelijk miljoenen. De uitvoeringskosten van de WOZ vergen echter eveneens velen miljoenen. Per object wordt ongeveer &euro; 20,- aan kosten besteed, samen goed voor 160 miljoen per jaar. Als de overheid ergens op uitvoeringskosten kan bezuinigen is het wel op het vlak van de WOZ.&nbsp; Gewoon afschaffen dus en bijvoorbeeld de energieheffing iets verhogen. Er zijn dan 3 winnaars, zowel de overheid als burgers besparen kosten en energiebesparing en milieu krijgen extra aandacht. </div><div>Tabel: (ter info, niet afdrukken)<br /><br />Ontwikkeling gemiddelde koopprijs en transacties Limburg</div><div>Peildatum &nbsp;&nbsp;1-1-2009&nbsp;&nbsp;1-1-2010&nbsp;prijs %&nbsp;&nbsp;transacties %<br />Appartement&nbsp;&nbsp;147.400&nbsp;&nbsp;144.700&nbsp;-1,8%&nbsp;&nbsp;- 12%<br />Tussenwoning&nbsp;&nbsp;183.700&nbsp;&nbsp;178.500&nbsp;-2,8%&nbsp;&nbsp;- 13%<br />Hoekwoning&nbsp;&nbsp;192.200&nbsp;&nbsp;179.500&nbsp;-6,6%&nbsp;&nbsp;- 10%<br />2/kapwoning&nbsp;&nbsp;205.000&nbsp;&nbsp;193.100&nbsp;-5,8%&nbsp;&nbsp;- 10%<br />Vrijstaand &nbsp;&nbsp;333.000&nbsp;&nbsp;316.400&nbsp;-5,0%&nbsp;&nbsp;- 17%<br /></div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 16 Feb 2011 16:33:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=130</comments></item><item>
      <title> WOZ beschikking in aantocht</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=128</link>
      <description><![CDATA[<div>De vaststelling van de woningwaarde in het kader van de WOZ beschikking blijft elk jaar opnieuw ergernis bij burgers opwekken en zorgt voor een paar honderd duizend bezwaarschriften. Op <a href="http://www.woningmarktcijfers.nl/">www.woningmarktcijfers.nl</a> kunt u de koopprijsontwikkeling per gemeente opvragen.<br /><br />De komende maand zal bij huiseigenaren en bedrijven weer de jaarlijkse beschikking en aanslag voor de onroerende zaakbelasting in de bus vallen. De aanslag is een uitvloeisel van de Wet waardering onroerende zaken, oftewel WOZ. Sinds 1 januari 2006 wordt de aanslag uitsluitend nog aan eigenaren van woningen opgelegd en niet meer aan gebruikers. Voor niet-woningen betaalt zowel de eigenaar als de gebruiker deze belasting. Saillant detail is dat de niet-woningsector slechts 10% van alle objecten beslaat, maar uiteindelijk wel goed is voor 50% van de totale OZB opbrengst van ongeveer 5 miljard euro per jaar. De gemeenteraad stelt jaarlijks het percentage vast dat over de waarde van het onroerend goed verschuldigd is. Voor nu beperken we ons even tot de woningsector. De vastgestelde woningwaarde dient als basis voor de OZB heffing en tevens als uitgangspunt voor de heffing van het waterschap en de berekening van het eigenwoningforfait. Over dit eigenwoningforfait dient inkomstenbelasting te worden betaald, tenminste als u nog een hypotheek op uw woning heeft. Voldoende reden dus om de waarde-ontwikkeling, zoals de gemeente die opgeeft, te controleren en indien nodig bezwaar te maken. Op de website van Woningmarktcijfers.nl kunt u de prijsontwikkeling in uw gemeente per woningtype voor &euro; 1,50 opvragen. <br /><br />De woningwaarde wordt sinds kort jaarlijks ge&iuml;ndexeerd, op basis van de actuele prijsontwikkelingen. Voor de komende beschikking geldt de waardeontwikkeling tussen de peildata 1-1-2009 en 1-1-2010. Volgens de Waarderingskamer (een overheidsorgaan dat toezicht houdt op de uitvoering van de wet) zijn de waardes in Nederland in deze periode gemiddeld met 2,3% gedaald. Hoewel de verkoopprijzen in Limburg met 5% zijn gedaald, motiveert de Waarderingskamer deze beperkte daling met een verhaal dat duurdere woningen relatief meer in prijs zouden zijn gedaald. In de tabel elders op deze pagina kunt u zien dat dit grotendeels op een fabel berust. De website Woningmarktcijfers.nl bepaalt de gemiddelde koopsom op de peildatum door het gemiddelde van 4 kwartalen rondom de peildatum te nemen, dus van het derde, vierde, eerste en tweede kwartaal. Het is duidelijk te zien dat de gemiddelde koopsom (tevens goede indicatie voor waardeontwikkeling) in Limburg voor de 2/1 kapwoning, hoekwoning en vrijstaande woning tussen de 5 en 6,6% bedraagt, terwijl deze voor de tussenwoning en het appartement met slechts 1,8 en 2,8% is gedaald. Kijken we naar het aantal transacties, dan zien we de verkoop van vrijstaande woningen met 17% het meest is gedaald. De impact op de totale waardedaling wordt hierdoor niet bevestigd.&nbsp;&nbsp;<br />&nbsp;</div><div>De woningwaarde is &eacute;&eacute;n aspect, het tarief dat gemeenten berekenen het andere. De meeste Limburgse gemeenten hebben hun tarieven voor 2011 al vastgesteld, andere zijn daar nog mee bezig of hebben deze nog niet gepubliceerd. Zelfs bij licht stijgende tarieven zal de belastingopbrengst in de meeste gemeenten stijgen, ook al gaat het slechts om enkele tientjes per eigenaar per jaar. Vele tientjes maken uiteindelijk miljoenen. De uitvoeringskosten van de WOZ vergen echter eveneens velen miljoenen. Per object wordt ongeveer &euro; 20,- aan kosten besteed, samen goed voor 160 miljoen per jaar.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 02 Feb 2011 11:58:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=128</comments></item><item>
      <title>Het nut van woonwensenonderzoek</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=127</link>
      <description><![CDATA[<div>Het koop- en huurgedrag van de consument ten aanzien van wonen is voortdurend&nbsp; aan verandering&nbsp; onderhevig. Vooral de economische crisis hakte er diep in. Het kennen en meten van de woonvoorkeuren wordt dan steeds belangrijker. <br /><br />In de goede jaren leek het niet zo belangrijk onderzoek te doen naar de woonwens van de consument. Alles werd wel verhuurd of verkocht. Uiteraard werd er wel een beroep gedaan op de marktkennis van de makelaar, maar uiteindelijk ging het bij de planning van nieuwbouw veelal om winstmaximalisatie, iets wat de gemeenten en ontwikkelaars natuurlijk geen windeieren heeft gelegd. Gemeenten waren gebaat bij groei, groei en nog eens groei van de woningvoorraad.</div><div><br />De laatste jaren gaan, mede door de crisis,&nbsp; ook de nieuwbouwprojecten niet meer als vanzelfsprekend van de hand. Krimp en vergrijzing staan in meerdere regio&rsquo;s volop in de belangstelling. Waar moet hoeveel gebouwd worden en aan welke type woningen en in welke prijssegmenten bestaat de meeste behoefte? De woningkwaliteit wordt steeds belangrijker, het energievraagstuk steeds nijpender. Wat gebouwd wordt moet immers voor de komende 50 jaar mee. Om een lange termijnvisie te ontwikkelen is een belangrijke rol weggelegd voor onderzoekers, stedenbouwkundigen, gemeenten, corporaties en ontwikkelaars. Foute keuzes worden door de veeleisende consument onmiddellijk afgestraft. </div><div><br />Voor de korte termijn is een woonwensen- of woningbehoefte onderzoek een probaat middel. Sinds de opkomst van internet beschikken makelaars niet meer over de oude en vertrouwde kaartenbak, van waaruit je aan de hand van individuele woonwensen samengestelde woontrends of marktvraag kon destilleren. Het zoekgedrag op internet kan wel laten zien hoe vaak woningen worden bekeken, maar internet is vrij anoniem. Je kunt hiermee niet precies achterhalen wat iemand zoekt en zeker niet waarom. Dat geldt tevens voor het inzicht als mensen tijdelijk niet zoeken, ook dan weet je niet waarom ze wegblijven. Om dit benodigde inzicht toch te krijgen wordt landelijk onderzoek gedaan, terwijl gemeenten regelmatig op gemeenteniveau woonwensenonderzoeken laten uitvoeren. Dat kan via schriftelijke enqu&ecirc;tes, maar ook weer via internet. Internet is sneller en goedkoper en bijna iedereen beschikt er tegenwoordig over. Als je als consument op zoek bent naar een andere woning, is het zaak aan dergelijke onderzoeken mee te werken, ook al levert dat voor jezelf niet direct wat op. Het algemeen belang heeft dat voortschrijdende inzicht immers wel nodig als aanvulling op een adequate planning van de woningmarkt. Zo kunnen alle inwoners in Limburg terecht op de website <a href="http://www.ikwileenandewoning.nl/">www.ikwileenandewoning.nl</a> om hun woonwensen anoniem te laten registreren. De uitkomsten ervan kunnen vervolgens gebruikt worden door overheid en marktpartijen voor een optimaal woonbeleid.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 21 Jan 2011 16:33:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=127</comments></item><item>
      <title>De verwachtingen voor 2011</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=126</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Hoewel de cijfers van december het jaar 2010 nog compleet moeten maken, zijn aan het begin van het nieuwe jaar de voorspellingen voor de woningmarkt in 2011 niet van de lucht. Voor sommigen is het voorspellen van de toekomst blijkbaar niet zo moeilijk. De impact van de economische crisis heeft goed laten zien wat deze voorspellingen uiteindelijk waard zijn. De Vereniging eigen Huis gaat voor 2011 uit van een prijsdaling van 5%, terwijl de NVM uitgaat van een minimale plus of min. Voor de woningmarkt spelen de volgende factoren een eminente rol:</p><p align="justify">-&nbsp; Economische ontwikkelingen, inflatie, werkgelegenheid en inkomen<br />-&nbsp; Ontwikkeling van de hypotheekrente, leencapaciteit <br />-&nbsp; Ontwikkeling huishoudens (huwelijken, samenwonen en scheidingen)<br />-&nbsp; Consumentenvertrouwen en koopbereidheid duurzame goederen <br />-&nbsp; Politieke keuzes, subsidies, hypotheekrenteaftrek, afschaffen overdrachtsbelasting <br />-&nbsp; Woningaanbod, bestaand en nieuwbouw<br />-&nbsp; Ontwikkeling overige woonlasten, energie, gemeentelijke heffingen. </p><p align="justify">Al deze factoren zijn dus van belang voor de vraag- en aanbodverhouding en bepalen uiteindelijk het prijsniveau en het omzetvolume. Voor een betrouwbare voorspelling moeten al deze aspecten juist worden ingeschat. Natuurlijk zal de hoogte van de hypotheekrente meer invloed hebben dan een ander element, het gaat dus om de juiste mix. Wat we zeker weten is dat de leenquote is verlaagd, waardoor starters vanaf 1 januari 2011 vaak tienduizenden euro minder kunnen lenen. Als er minder starters zijn, hebben doorstromers daar last van, zij hebben immers doorgaans een starter nodig om te kunnen doorstromen. Wat ook zo vast staat als een huis, is het gegeven dat het woningaanbod de afgelopen vijf jaar is gestegen van 130.000 naar meer dan 200.000 stuks, een ongekende hoogte. Het aantal woningtransacties nam juist de omgekeerde beweging en daalde van ruim 200.000 naar minder dan 130.000 in 2010. Bij een optimistisch scenario, waarbij het aanbod jaarlijks met 6% afneemt en het aantal transacties met eenzelfde percentage toeneemt, duurt het tot 2015 voordat aanbod en transacties op hetzelfde niveau zitten en er sprake is van een behoorlijk evenwicht. Tot die tijd hoef je niet te rekenen op forse prijsstijgingen, hoewel op regionaal niveau de verschillen best groot kunnen zijn. Of deze aanname realistisch is zal de toekomst moeten uitwijzen en afhankelijk zijn van de werkelijke ontwikkeling van de hiervoor genoemde factoren. De economie is weliswaar licht herstellende en de hypotheekrente nog laag, voor een excellerende woningmarkt zal de overheid toch een belangrijke duit in het zakje moeten doen. Anders blijft het aanmodderen en zal het resultaat en de economische bijdrage van de vastgoedsector beneden het gewenste niveau blijven.<br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 18 Jan 2011 09:44:14 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=126</comments></item><item>
      <title>Woningmarkt blijft stroperig</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=124</link>
      <description><![CDATA[<p>Aan het begin van het jaar waren de verwachtingen hooggespannen. De economie zou uit het dal kruipen en ook met de woningmarkt zou het weer beter gaan. Gedurende het jaar konden weliswaar een aantal positieve feiten worden genoteerd, maar een krachtig herstel bleef uit. Dit ondanks het gegeven dat de hypotheekrente momenteel nog steeds 0,5% onder het niveau van begin 2010 noteert, de economie vooruitgang heeft geboekt en het consumentenvertrouwen licht is toegenomen. In het verkiezingsjaar hield de discussie over beperking van de hypotheekrenteaftrek kopers aan de kant. Starters op de huizenmarkt zagen de koopsubsidie en de starterlening opdrogen. Huiseigenaren die willen doorstromen naar een andere woning, zagen hun woning geplaatst te midden van een woud aan koopwoningen. Nog nooit was het aanbod te koop staande woningen zo groot. De problematiek van de woningmarkt in de krimpgebieden kwam volop in de schijnwerpers. Per saldo zullen de woningmarktprestaties dit jaar op een niveau eindigen dat vergelijkbaar is met vorig jaar. Voor Limburg betekent dit een gemiddelde koopprijs van &euro; 195.000 en de verkoop van een kleine 8.000 woningen. Geen verbetering, maar zeker ook geen verslechtering.&nbsp; De nieuwbouwsector kende een kleine opleving, maar de bouwactiviteiten zijn nog verre van ideaal.</p><p>Ook voor 2011 zijn nog veel factoren onzeker. Zal de economie daadwerkelijk opveren en zorgen voor meer werkgelegenheid en een stijgend consumentenvertrouwen? Koopstarters hebben ook komend jaar volop keuze, maar vooral de groep met lagere inkomens wordt ernstig bedreigd in hun mogelijkheden. Per 1 januari wordt namelijk de leenquote verlaagd. Hierdoor kan het zomaar gebeuren dat tweeverdieners met een laag inkomen &euro; 10.000 tot &euro; 20.000 minder kunnen lenen dan dit jaar het geval is. Jammer voor de starters, maar ook ongunstig voor de doorstromers. De gevolgen voor het nieuwe toewijzingsbeleid van huurders zijn evenmin duidelijk. De laatste weken neemt de roep tot afschaffing van de 6% overdrachtsbelasting toe. De overdrachtsbelasting geldt niet alleen als een zware belemmering voor een soepel draaiende woningmarkt, maar zorgt tevens voor negatieve effecten op de economie, de arbeidsmobiliteit en de belastinginkomsten voor de overheid. Als er &eacute;&eacute;n maatregel genomen kan worden die voor een ommekeer kan zorgen, is het wel de afschaffing van deze belasting. Die maatregel wens ik voor alle kopers in 2011, uiteraard naast een goede gezondheid en een prettig woongenot voor u allen.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 22 Dec 2010 14:55:01 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=124</comments></item><item>
      <title>Hoe aantrekkelijk is het kopen van een eigen huis nog?</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=123</link>
      <description><![CDATA[<p>De afgelopen 20 jaar is er veel veranderd in de keuzemogelijkheden die huurders en kopers van woningen hebben. Vooral het aanbod van&nbsp; duurdere&nbsp; huurwoningen is fors toegenomen.&nbsp; </p><p>Anno 2010 valt er veel te kiezen op het gebied van wonen. Huren staat synoniem voor onbezorgd wonen, geen financi&euml;le risico&rsquo;s, geen&nbsp; zorgen over onderhoud en de mogelijkheid om snel te kunnen verkassen naar een andere woning indien dat gewenst is. In het verleden vormde het gebrek aan voldoende&nbsp; keuzemogelijkheden regelmatig een belemmering . Het beleid van corporaties en beleggers is de laatste 20 jaar behoorlijk gewijzigd, waardoor steeds meer duurdere huurwoningen beschikbaar zijn gekomen, waaronder luxe appartementencomplexen, compleet met de meest uiteenlopende extra voorzieningen.</p><p>Kopers hebben die ruime keuzemogelijkheden altijd al wel gehad, vroeger vooral door zelf een woning te laten bouwen, terwijl&nbsp; momenteel de projectmatige bouw steeds meer kansen biedt om zonder al te veel zorgen een moderne woning te verwerven.&nbsp; Naast de grotere keuzevrijheid en meer woongenot geldt voor het koopsegment het adagium van het onopgemerkt opbouwen van een vermogen. Financi&euml;le risico&rsquo;s en extra rompslomp bij verhuizen worden graag voor lief genomen. De laatste jaren staat dit overigens onder druk, omdat een groter aandeel&nbsp; hypotheken als aflossingsvrij wordt afgesloten, waardoor de opbouw van het vermogen uit de waardestijging moet komen. Dit laatste valt de afgelopen paar jaar tegen, maar dat zal vermoedelijk slechts van tijdelijke aard zijn.</p><p>Door afname van de vraag hebben zowel kopers als huurders hebben momenteel volop keuze. Naast de carri&egrave;remakers die flexibel willen opereren, zien we vooral het seniorensegment dat afscheid neemt van de eigen woning om, al dan niet met een zak geld, riant en onbezorgd te gaan huren. Op korte termijn is de financi&euml;le afweging tussen huren of kopen nog niet zo spannend. Echte verschillen treden pas op als we een vergelijking maken tijdens de gehele wooncarri&egrave;re, die gemiddeld zo&rsquo;n 50 jaar in beslag neemt. Uiteraard is deze gebaseerd op de huidige fiscale en economische uitgangspunten.</p><p>De vergelijking wordt gemaakt tussen een koopwoning van &euro; 185.0000 kk met &euro; 200.000 hypotheek en een huurwoning met een aanvangshuur van&nbsp; &euro; 7.400 per jaar. De jaarlijkse huurverhoging is 3%, de inflatie 2%. De koopwoning wordt volledig gefinancierd met banksparen, rente 5%, looptijd 30 jaar. Het aftrekpercentage voor de IB is 38%. Verder is rekening gehouden met alle eigenaarslasten zoals eigenwoningforfait, ozb, onderhoud en verzekeringen die jaarlijks 2% stijgen. De waardestijging van de woning is eveneens berekend op 2% per jaar.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 17 Dec 2010 16:47:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=123</comments></item><item>
      <title>Hoe gaat het met de woningmarkt?</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=122</link>
      <description><![CDATA[<p>Het wel en wee van de huizenmarkt is een geliefd onderwerp van discussie op feestjes en op de werkplek. Iedereen moet tenslotte wonen en een kleine tien procent van alle huishoudens is wel met verhuisplannen bezig. En dan de aandacht in de media. Journalisten en opiniepeilers ventileren hun mening over de ingestorte woningmarkt, de kwestie rondom de hypotheekrenteaftrek, de problemen van de starter, het steeds groter wordende aanbod of de oplopende verkooptijden.&nbsp; </p><p>Gelukkig worden alle woningtransacties door het Kadaster geregistreerd en leveren bedrijven zoals Woningmarktcijfers.nl heldere analyses op kwartaal- en jaarbasis. Bepaalde patronen keren met regelmaat terug en kunnen veelzeggend zijn voor de toekomst. Toch laat een woningmarktstatistiek zich niet vergelijken met bijvoorbeeld een AEX index, welke uit hetzelfde mandje aandelen bestaat. Er worden immers telkens andere woningen verkocht. Soms worden meer (goedkopere) appartementen verkocht, in een andere periode juist meer (duurdere) vrijstaande woningen. De regionale verschillen kunnen daarom groot zijn, evenals de verschillen per maand, zoals het CBS deze publiceert. Januari is bijvoorbeeld traditioneel de maand met de minste woningtransacties en in december wisselen de meeste woningen van eigenaar. Januari is dus per definitie een dipmaand, waarna de aantallen geleidelijk omhoog krabbelen. Afhankelijk van de gekozen periode kan een vrolijk of een dramatisch verhaal worden gemaakt. Dit geldt ook voor de prijsontwikkeling. De lange termijn trend is redelijk betrouwbaar, maar op maandbasis kunnen de prijsschommelingen hevig zijn. Daarbij komt nog dat enkele bronnen een verschillend tijdspad hebben, hetgeen de duidelijkheid evenmin ten goede komt. De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) registreert bijvoorbeeld op het moment dat de koopovereenkomst bij de makelaar wordt getekend, veelal drie tot vier maanden voordat de notari&euml;le afwikkeling en kadastrale registratie&nbsp; plaatsvindt.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; </p><p>Voor de ontwikkelingen op de woningmarkt spelen een aantal factoren een belangrijke rol. Denk hierbij aan de economische ontwikkelingen met gevolgen voor werkgelegenheid en inkomensontwikkeling. Daarnaast het verloop van de hypotheekrente en het consumentenvertrouwen. En niet in de laatste plaats alle politieke beslissingen, die de inhoud van het besteedbare huishoudpotje bepalen. Na de eerste zeven stabiele jaren van deze eeuw, komt de woningmarkt in 2008 door de economische crisis in moeilijk vaarwater. Woningprijzen stijgen niet meer en dalen op de meeste plaatsen, het aantal transacties en de verkoop van nieuwbouwwoningen holt in 2009 met 30% achteruit. De doorstroming stagneert, omdat, geheel terecht, eerst de eigen woning verkocht moet worden. De resultaten over de eerste 9 maanden van 2010 laten een bevestiging van 2009 zien. Geen krachtig herstel, zoals velen wellicht hadden gehoopt, maar zeker ook geen verdere verslechtering van de markt. Je zou voorzichtig kunnen concluderen dat het dieptepunt wel is bereikt. Het herstel zal als gevolg van het grote woningaanbod nog langzaam gaan, het wachten is eigenlijk op meer krachtige besluiten van het kabinet, die de economie en de woningmarkt een extra impuls kunnen geven. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 17 Dec 2010 16:45:20 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=122</comments></item><item>
      <title>Wens als vader van de gedachte</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=121</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Als je de koppen van de maandelijkse berichten van het CBS over de woningmarkt leest, bekruipt je het gevoel dat het echt hopeloos is op de woningmarkt. Inhoudelijk kloppen de cijfers allemaal wel, en er wordt ook aandacht aan een prijsstijging besteed. De negatieve teneur is echter al gezet. In elk bericht vindt je slechts koppen, die met lichte variaties het negatieve sentiment in de markt benadrukken: &ldquo;prijs van prijskoopwoningen weer lager&rdquo;, &ldquo;koopwoningen weer iets goedkoper&rdquo;, &ldquo;prijzen koopwoningen dalen licht&rdquo;.&nbsp; In de meest optimistische koppen worden termen als: &ldquo;prijsdaling koopwoningen zwakt af&rdquo;, &ldquo;prijsdaling blijft gelijk&rdquo;,&rdquo;prijsdaling opnieuw kleiner&rdquo; gehanteerd. In geen enkele kop van alle persberichten van dit jaar komt een positieve term zoals &ldquo; woningprijs gestegen&rdquo; of&nbsp; &ldquo;meer woningen verkocht&rdquo; voor. </p><p align="justify">De vraag is of je dit van onze meest betrouwbare nationale cijferinstelling mag verwachten. De koppen worden immers gretig door de media overgenomen, met als resultaat dat het voeding geeft aan onrust en wantrouwen, de kernbegrippen waarop het consumentenvertrouwen is gebaseerd en die er mede voor zorgen hoe de cijfers van de volgende maand eruit komen te zien. Uiteraard kan niemand beweren dat het momenteel geweldig gaat op de huizenmarkt. In alle objectiviteit kun je echter wel vaststellen dat er sprake is van een stabiele situatie. De gemiddelde woningprijs die kopers dit jaar tot nu toe hebben betaald bedraagt &euro; 240.700 en ligt 1% boven het niveau van 2009. Al zeven maanden op rij is de gemiddelde koopprijs hoger dan de prijs die in dezelfde maand van 2009 werd betaald!&nbsp; Het aantal woningen dat wordt verkocht ligt eveneens op hetzelfde niveau als in 2009. </p><p align="justify">De prijsontwikkeling in Limburg herstelt eveneens langzaam van een zeer slecht 1e kwartaal in 2010, toen sprake was van een prijsdaling van bijna 5%. In de overige maanden van dit jaar lag de gemiddelde koopprijs elke maand boven het niveau van 2009. Op dit moment bedraagt de achterstand ten opzichte van 2009 nog slechts 0,5%. Het aantal woningtransacties blijft wel achter bij de rest van Nederland. De laatste twee maanden werden 10 tot 15% minder aktes gepasseerd, waardoor de achterstand ten opzichte van 2009 op dit vlak nu 3,2% bedraagt. Hoewel de regionale ontwikkelingen enige nuancering behoeven, voor de Nederlandse woningmarkt valt er maar &eacute;&eacute;n terechte conclusie te trekken en die is, dat er nog geen sprake is van herstel, maar zeker ook niet van een verdere verslechtering van de woningmarkt. En ook dit mag best eens gezegd worden.&nbsp; <br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 24 Nov 2010 16:31:53 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=121</comments></item><item>
      <title>Bodem woningmarkt bereikt?</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=120</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Alhoewel de NVM cijfers over het derde kwartaal en het kadasterbericht over september niet onverdeeld positief waren, lijkt het dieptepunt in de Nederlandse woningmarkt toch te zijn bereikt. Ten opzichte van de eerste 9 maanden van 2009 is de gemiddelde prijs die kopers voor een woning betalen met 1% gestegen tot ruim &euro; 240.000. De stijging kan ondermeer worden verklaard door een hoger verkoopvolume van de vrijstaande huizen. In dit segment steeg het aantal verkopen met 5% tegenover 1,4% over de gehele linie. De verkoop van nieuwbouwwoningen neemt eveneens lichtjes toe. In Limburg ligt de woningprijs met &euro; 195.500 nog wel bijna 1% beneden het niveau van 2009, terwijl ook het aantal verkopen met -2,3% achter blijft bij de rest van Nederland.</p><p align="justify">Factoren die voor een blijvend stabiele markt kunnen zorgen zijn de lage hypotheekrente, het licht toegenomen consumentenvertrouwen en de steeds luidere berichten over de economie, die langzaam maar zeker uit het dal kruipt. Een aantal partijen noemt bovendien het feit dat de nieuwe regering de woningmarkt met rust zal laten, wat de hypotheekrenteaftrek betreft, een positief element. Of dit zo is, zal moeten blijken. De consument lijkt mij niet achterlijk en zal zich zeker wel realiseren dat het meer om een schijnzekerheid gaat, over enkele jaren zal immers de discussie over dit thema opnieuw losbarsten.</p><p align="justify">Voordat de woningmarkt echt forse stappen vooruit kan maken, zullen de economie en het consumentenvertrouwen over een langere periode een positieve ontwikkeling moeten laten zien. Minpunten zijn er ook. De gemeentelijke lasten en energiekosten stijgen harder dan de inflatie en dit blijft een punt van zorg. Bovendien zal in sommige regio&rsquo;s in Nederland en Limburg de vraag afnemen als gevolg van de daling van het aantal huishoudens. Een belangrijke indicator voor een goed functionerende woningmarkt is de vraag- en aanbodverhouding. Zodra er meer woningen te koop staan dan er op jaarbasis worden verkocht, is sprake van een kopersmarkt. Het aanbod is momenteel 1,5 maal groter dan het aantal transacties, zodat het ongeveer 18 maanden duurt om alle te koop staande woningen te verkopen, vraag- en aanbod zijn dus nog behoorlijk in onbalans. Om hier een einde aan te maken is een impuls nodig van de overheid, bijvoorbeeld door de overdrachtsbelasting af te schaffen. Iedereen is er wel van overtuigd dat de overdrachtsbelasting een ernstige belemmering vormt voor de doorstroming in de koop- en huurmarkt, de arbeidsmarkt en de groei van de economie als geheel. Zolang stimuleringmaatregelen uitblijven zal het nog wel een beetje aanmodderen blijven op de woningmarkt.</p><p align="justify">Leo van de Pas, makelaar en woningmarktdeskundige te Heerlen.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 26 Oct 2010 10:14:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=120</comments></item><item>
      <title>Woningmarkt op Prinsjesdag</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=119</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Ge&iuml;nteresseerden in de woningmarkt zullen op Prinsjesdag tevergeefs in de miljoenennota gezocht hebben naar een zinnige bijdrage over de woningmarkt. Die was er, behoudens een verwijzing naar eerdere maatregelen, dan ook niet. De minister van financi&euml;n had zijn kruit namelijk al op 30 augustus verschoten, door op die dag een &ldquo;omvangrijk&rdquo; pakket aan tijdelijke maatregelen aan te kondigen, die de woningmarkt uit het slop moeten halen. De meest positieve maatregel hieruit is de verlenging van de verhoogde koopsomgrens (tot &euro; 350.000) voor de Nationale hypotheekgarantie (NHG) met een jaar tot eind 2011. Kopers betalen hierdoor een half procent minder hypotheekrente, waardoor de aankoop van een woning echt wordt bevorderd. De overheid profiteert eveneens hiervan, omdat minder belastingvoordeel hoeft te worden terugbetaald. Verder is het positief te noemen dat nog eens 37 miljoen beschikbaar komt, om nieuwbouwprojecten versneld te laten starten. Een beperkte groep eigenaren zal baat hebben bij de verlengde termijn van de dubbele renteaftrek in verband met een leegstaande woning of herleving van box 3 na een tijdelijke verhuurperiode. Hetzelfde kan gezegd worden van de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij doorverkoop, waarbij de huidige termijn van 6 maanden met eenzelfde periode wordt verlengd tot een jaar. Het zijn vooral de handelaren die hiervan zullen profiteren.</p><p align="justify">Verder verwacht het kabinet veel van de tijdelijke verlaging van de BTW naar 6% op de loonkosten bij renovatie van woningen. Een maatregel die onmogelijk bedoeld kan zijn om de woningmarkt te stimuleren, maar eerder om de bouwsector en de economie een handje te helpen en daar is op zich ook niks mis mee. Iemand die al van plan was voor &euro; 10.000 aan onderhoud of renovatie te besteden betaalt bij een verhouding van 40/60% materiaal/loonkosten niet &euro; 1.900 aan BTW maar slechts &euro; 1.120. Dit is een besparing van &euro; 780 ofwel 6,5% op de totale kosten. Natuurlijk mooi meegenomen, maar de vraag is of veel eigenaren, vanwege dit relatief kleine voordeel, eerder van plan of eerder in staat zullen zijn dergelijke bestedingen te doen. Als eigen middelen niet beschikbaar zijn, zal een extra financiering moeten worden afgesloten. Het allergrootste bezwaar aan deze maatregel lijkt mij de geldigheidsperiode tot 30 juni 2011. Voor deze zeer korte periode moeten ondernemers en belastingdiensten veranderingen in allerlei administratieve systemen doorvoeren en moet er controle op een juiste naleving van de regeling gaan plaatsvinden. Kortom, geen maatregel waarvan wonderen voor de woningmarkt mogen worden verwacht. Ben benieuwd of een nieuw kabinet betere oplossingen in petto heeft. <br />&nbsp; <br />Leo van de Pas, makelaar en woningmarktdeskundige te Heerlen.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 28 Sep 2010 10:27:04 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=119</comments></item><item>
      <title>Limburg als goedkoopste woonprovincie</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=118</link>
      <description><![CDATA[<div>Over de gemiddelde woningprijs is altijd veel te doen. Wat zeggen de cijfers en kunnen we er verregaande conclusies aan verbinden? Op de eerste plaats is het zo, dat er telkens andere woningen worden verkocht. Soms meer goedkopere appartementen, dan weer meer duurdere vrijstaande woningen. Een exacte vergelijking is dus niet mogelijk. Tussendoor wordt er driftig aan woningen verbouwd en verbeterd, terwijl de kwaliteit van de recentere gebouwde woningen over het algemeen eveneens prijsverhogend werkt. Dan hebben we te maken met inflatie, die de woningprijzen ogenschijnlijk vanzelfsprekend laat stijgen. Laten we aannemen dat alle hiervoor genoemde ontwikkelingen zich over het gehele land gelijkmatig hebben voorgedaan. Dan zijn er echter ook verschillen. De economische ontwikkelingen verschillen zeker wel per provincie of landsdeel. De werkgelegenheid en inkomensontwikkeling verlopen niet overal langs dezelfde lijn, de Randstad trekt hierbij zeker aan het langste eind. En dan de demografische ontwikkelingen niet te vergeten. De groei van bevolking en huishoudens in de Randstad staat haaks op de ontwikkelingen in de landelijke provincies. Daar waar in Amsterdam niet bewoonde tweede woningen lijken te worden gevorderd voor verhuur, staan in andere gebieden woningen leeg.&nbsp; Ondanks verschillen en overeenkomsten mag je, zeker over een langere termijn gezien, wel degelijk conclusies verbinden aan verschillen in de prijsontwikkelingen.<br /><br /></div><div>In Nederland kost een bestaande koopwoning momenteel gemiddeld &euro; 240.000. In de provinciale ranking staat Limburg op dit moment met &euro; 194.000 op de voorlaatste plaats. Limburg kan momenteel alleen de provincie Groningen met &euro; 178.000 achter zich laten. Dat was wel eens anders. In 1993, het jaar dat het Kadaster begon met het publiceren van data, stond Limburg fier op een vijfde plaats, na Utrecht, Noord Holland, Gelderland en Noord Brabant.&nbsp; In 2001 werd plaats zeven nog bezet. Tussen 2007 en 2009 kon Limburg zich lange tijd handhaven op plaats negen, Zeeland, Friesland en Groningen sloten de rij. Inmiddels is Zeeland&nbsp; Limburg al voorbijgestreefd en wordt een nek-aan-nek race gestreden met Friesland. Groningen staat nog wel op gepaste afstand, maar loopt steeds verder in. Limburg kan de landelijke ontwikkelingen dus niet volgen, hetgeen zeker te maken zal hebben met de economische ontwikkeling en enkele krimpregio&rsquo;s zoals Parkstad. Een huis in Limburg wordt daardoor wel steeds beter betaalbaar voor de buitenstaander uit de overvolle en dure woonregio&rsquo;s. En dat biedt juist kansen om Limburg ook als financieel aantrekkelijk woongebied te vermarkten.&nbsp; </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 31 Aug 2010 13:01:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=118</comments></item><item>
      <title>Wel of geen startersleningen?</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=117</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Het eigenwoningbezit wordt in Nederland via verschillende subsidieregelingen gestimuleerd. De belangrijkste is natuurlijk nog steeds de hypotheekrenteaftrek. Daarnaast beschikken wij met de nationale hypotheekgarantie over een uniek en prima functionerend garantiesysteem. Tot voor kort kenden we nog twee nationale regelingen om de koopstarter op de woningmarkt te helpen, de koopsubsidieregeling en de startersregeling. Van beide fondsen is inmiddels de financi&euml;le bodem bereikt. Reden voor de provincie Limburg om samen met ongeveer de helft van de Limburgse gemeenten de startersregeling zelfstandig voort te zetten. In de gemeenten waar de startersregeling van kracht is, kunnen kopers met een beperkt inkomen een renteloze lening aanvragen tot maximaal &euro; 30.000, waarbij de maximale aankoopkosten over het algemeen niet meer dan &euro; 170.000 mogen bedragen. Bij een hypotheekrente van 5% kan de maximale ondersteuning &euro; 1.500 per jaar bedragen. Elke drie jaar wordt het inkomen getoetst en bekeken of de bijdrage nog nodig is. In 2008 en 2009 werden in Nederland 1.600 resp. 2.200 leningen verstrekt. In Limburg gaat het om slechts 100 tot 200 toekenningen per jaar. <br /><br />De regeling oogt op het eerste gezicht sympathiek. In werkelijkheid roept de regeling meer vragen en bezwaren op. Omdat slechts de helft van de Limburgse gemeenten meedoet, is van een unanieme regeling geen sprake. De besluitvorming via de gemeenteraad is tijdrovend, waarbij de hoogte van de bedragen verschillend kunnen worden vastgesteld. Het gebrek aan uniformiteit gekoppeld aan de hoge kosten van begeleiding en uitvoering van de regeling zijn belangrijke punten van kritiek. Daarnaast kan de vraag worden gesteld of kopers de subsidie werkelijk nodig hebben. In Limburg is 45% van de verkochte woningen goedkoper dan &euro; 170.000. Het motief dat er nauwelijks betaalbare woningen zijn, is dus niet hard te maken. De realiteit is veeleer dat een koper met behulp van de lening een woning koopt die duurder is dan het eigen budget toelaat en duurder dan strikt noodzakelijk is. In de Randstad ligt de behoefte vanwege een veel hogere gemiddelde woningprijs mogelijk anders. Ondanks dat gegeven is de keerzijde van de medaille dat de regeling de vraag stimuleert, de prijzen opdrijft met het risico dat de starter van de toekomst niets met de kostbare belastinggelden is opgeschoten. In de huidige markt lijkt de behoefte dan ook moeilijk aan te tonen, de cijfers spreken immers voor zich. Het beschikbare budget van deze subsidieregeling kan op een andere plek waarschijnlijk beter worden ingezet. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 03 Aug 2010 09:53:54 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=117</comments></item><item>
      <title>NHG grens moet blijven</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=116</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">De Nationale Hypotheekgarantie (NHG) is na het opdrogen van de koopsubsidie en de startersleningen nog de enige overgebleven regeling om de aankoop van een eigen woning te stimuleren. Deze garantie, die wordt uitgevoerd door het Waarborgfonds Eigen Woning, levert kopers veel voordelen op. Allereerst betalen deze eigenaren 0,5% minder hypotheekrente. Daarnaast kent de NHG een zogenaamde woonlastenfaciliteit, die het mogelijk maakt tijdelijk minder te betalen wanneer iemand het financieel even moeilijk heeft door werkloosheid, ziekte of echtscheiding.<br /><br />Bij gedwongen verkoop buiten eigen schuld wordt de eventuele restantlening kwijtgescholden, hiermee kregen in 2009 &ldquo;slechts&rdquo; 700 eigenaren te maken. Nationale hypotheekgarantie biedt dus extra zekerheid aan de consument en de bank. En dat voor zeer weinig geld. De eenmalige kosten bedragen namelijk slechts&nbsp; 0,55% van het hypotheekbedrag, terwijl het rentevoordeel gedurende de gehele looptijd wordt genoten. Ruim een miljoen huishoudens maken inmiddels gebruik van de garantie, samen goed voor 110 miljard ofwel 15% van de gehele hypotheekmarkt. De Nederlandse overheid staat garant voor deze regeling, tot 31 december van dit jaar nog samen met alle gemeenten.<br /><br />In juli 2009 is de grens tot waaraan geleend kan worden tijdelijk verhoogd van &euro; 265.000,- tot &euro; 350.000,‐. In principe valt de regeling eind dit jaar terug naar het oorspronkelijke garantiebedrag. Momenteel komt in Nederland wat prijsklasse betreft 80% van alle bestaande koopwoningen in aanmerking voor NHG, in Limburg is dat zelfs 90%. Inmiddels is de discussie op gang gekomen over verlenging van de verhoogde grens. Het hierbij gebruikte argument is, dat de fragiele woningmarkt op dit moment deze extra ondersteuning nog nodig heeft en daar valt ook veel voor te zeggen. Een in mijn ogen veel belangrijker argument wordt nimmer gehoord. <br /><br />NHG is niet alleen in het belang van de geldnemer en de bank, maar zeer zeker ook van de overheid. De rentekorting van 0,5% op 110 miljard aan hypotheekschuld levert een lagere belastingteruggave op van ongeveer &euro; 200 miljoen per jaar, een bedrag dat in de toekomst nog jaarlijks zal oplopen. Wanneer de totale hypotheekmarkt van 600 miljard onder NHG zou vallen, zou de besparing zelfs meer dan 1 miljard per jaar&nbsp; belopen. Vanwege het belang voor de schatkist is het onbegrijpelijk dat het besluit om de NHG grens te verhogen zo zwaar viel en dat er nu nog discussie nodig is over het wel of niet verlengen ervan. Indien het nodig wordt geacht om mogelijke risico&rsquo;s van de steeds oplopende garantiebedragen in te perken mag wat mij betreft, en naar ik aanneem met mij vele kopers, de eenmalige afsluitpremie best wel wat omhoog. De premie is nu immers zo laag, dat deze in een jaar is terugverdiend. Kortom, mag het ietsje meer blijven?&nbsp;&nbsp; </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 06 Jul 2010 09:55:02 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=116</comments></item><item>
      <title>Praktische oplossingen voor de woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=115</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">De discussie rondom hervorming van de woningmarkt en aanpak van de hypotheekrenteaftrek bestaat al vele jaren. Ondanks de verschillende standpunten van politieke partijen lijkt &ldquo;niets doen&rdquo; nauwelijks nog een optie. De onrust en onzekerheid bij consumenten over de toekomst blijft en dit doet de woningmarkt en economie geen goed. <br /><br />Een nieuwe studie van Woningmarktcijfers.nl toont aan dat met creatieve aanpassingen op korte termijn belangrijke hervormingen kunnen worden doorgevoerd. Woningmarktcijfers.nl kiest bewust voor een benadering op burgerniveau, door de gevolgen voor diverse groepen van eigenaren in beeld te brengen. Deze benadering op microniveau levert zeer verhelderende resultaten op en kan wellicht zorgen voor een snel en breed draagvlak bij burgers, maatschappelijke organisaties en de politiek. Vervolgens worden de macro-economische effecten voor Nederland ingeschat.<br /><br /><strong>Financi&euml;le gevolgen van een zwakke woningmarkt voor de economie<br /></strong>De daling van het aantal&nbsp;woningtransacties in 2009 met 30%, leverde niet alleen 1 miljard minder overdrachtsbelasting op, ook de gehele diensten- en productensector rondom de eigen woning leverde miljarden in. Dit ging ten koste van veel werkgelegenheid en daling van inkomsten bij de overheid, zoals omzetbelasting, inkomsten- en vennootschapsbelasting. Een snel herstel van de woningmarkt is om meerdere redenen wenselijk. De voorstellen van Woningmarktcijfers.nl dragen hiertoe bij. <br /><br /><strong>Wijzigingen voor nieuwe kopers:<br /></strong>-&nbsp;De overdrachtsbelasting wordt per direct afgeschaft&nbsp;<br />-&nbsp;De leenquote wordt naar beneden bijgesteld<br />-&nbsp;De hypotheekkosten zijn niet meer dubbel aftrekbaar, de eenmalige aftrek vervalt<br />-&nbsp;NHG grens blijft op huidige niveau, de afsluitpremie wordt verhoogd tot 1%</p><p align="justify"><strong>Een greep uit de voorgestelde aanpassingen voor alle eigenwoningbezitters:<br /></strong>-&nbsp;De onroerendezaakbelasting OZB wordt per direct afgeschaft<br />-&nbsp;Het eigenwoningforfait wordt per direct afgeschaft<br />-&nbsp;De huidige koopsubsidie en startersleningen worden afgebouwd<br />-&nbsp;De eerste &euro; 4.000 hypotheekrente is tot 100% aftrekbaar in box1 (basisaftrek)<br />-&nbsp;De meerdere hypotheekrente is aftrekbaar tot 60% in jaar 1, aflopend tot 31% in jaar 30<br />-&nbsp;De eigen woning en woningschuld gaat naar box3, er is een vrijstelling van &euro; 600.000</p><p align="justify"><strong>De volgende effecten worden hierdoor verwacht:<br /></strong>-&nbsp;De onzekere situatie neemt af en dit zal leiden tot een snel herstel van de woningmarkt&nbsp;<br />-&nbsp;Er zal meer doorstroming zijn, met positieve effecten voor de arbeidsmarkt en economie<br />-&nbsp;Het risico van overfinanciering (hypotheken tot max. 106% koopsom) wordt verkleind<br />-&nbsp;Financi&euml;le risico&rsquo;s voor burgers nemen niet toe<br />-&nbsp;Besparingen en extra opbrengsten verbeteren de financi&euml;le positie bij de overheid<br />-&nbsp;Woningprijzen blijven stabiel met een licht afvlakkende prijsontwikkeling in de toekomst</p><p align="justify">In bijgevoegd rapport vindt u een uitvoerige beschrijving van alle voorstellen, de aanleiding en verwachtingen,&nbsp;evenals&nbsp;de resultaten van de berekeningen voor diverse&nbsp;prijssegmenten. <br /><br /><a href="http://www.woningmarktcijfers.nl/downloads/201006_hra_studie.pdf" target="_blank">Download hier de rapportage</a></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 29 Jun 2010 14:49:31 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=115</comments></item><item>
      <title>Nog een nachtje slapen</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=114</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Morgenavond weten we hoe Nederland heeft gestemd. Dan is het de beurt aan de leiders van politieke partijen om keuzes te maken voor een nieuw kabinet en regeringsprogramma. Snelheid is geboden, maar niet ten koste van kwaliteit en een duurzame levensvatbaarheid. De 100 dagen durende ontdekkingsreis door Nederland van het vorige kabinet lijkt op zijn minst overbodig. Voor de woningmarkt breken spannende tijden aan. Gaat er wel of niets iets veranderen aan de huren, de hypotheekrenteaftrek, het eigenwoningforfait en de overdrachtsbelasting en zo ja, op welke termijn? Ik zou graag een uitgebreide analyse van alle mogelijkheden tot hervorming van de woningmarkt geven, maar daar biedt dit podium onvoldoende ruimte voor. Daarom beperk ik mij vandaag tot de overdrachtsbelasting. <br /><br />Iedereen is het er over eens dat de 6% overdrachtsbelasting, die bij elke koop betaald moet worden, de aankoop van een woning door starters en doorstromers bemoeilijkt. Deze verhoogt de financieringsbehoefte en de woonlasten. Om alleen al deze kosten goed te maken, moeten woningen twee tot drie jaar in prijs stijgen. Het feit dat eigenaren te lang op &eacute;&eacute;n plek in hetzelfde huis moeten blijven wonen, heeft bovendien gevolgen voor de arbeidsmarkt en de mobiliteit. Het Centraal Planbureau heeft deze nadelen voor de welvaart berekend op een miljard per jaar. Hoe is het mogelijk dat een belasting die vanwege al deze negatieve effecten zo contraproductief is, zo lang blijft bestaan? <br /><br />Het is dus de hoogste tijd om deze negatieve spiraal te doorbreken door per direct de overdrachtsbelasting af te schaffen en hiermee de woningmarkt een extra impuls te geven. Als de woningmarkt goed functioneert en er meer transacties plaatsvinden, levert dit extra werkgelegenheid en omzet op bij de dienstverlenende bedrijven die rondom de woningmarkt actief zijn, zoals notarissen, makelaars, banken, verhuizers, keukencentra en woninginrichters. Dit leidt vervolgens tot meer inkomsten bij de overheid uit omzet- en inkomstenbelasting, een winst die groter is dan het gemis van de 2 tot 3 miljard die de overdrachtsbelasting nu jaarlijks opbrengt. Bovendien gaan kopers minder financieren, waardoor er ook minder renteaftrek hoeft te worden terugbetaald. In de huidige situatie wordt de overdrachtsbelasting meegefinancierd en de daarover betaalde rente wordt in mindering gebracht op het inkomen. De besparing vanwege minder renteaftrek bedraagt 60 miljoen euro per jaar en dat levert bij een gemiddelde bewoningsduur van 15 jaar ruim een miljard op. De enige tegenmaatregel die hiervoor nodig is, is dat de leenquote (het bedrag dat mensen gezien hun inkomen kunnen lenen) eveneens wordt verlaagd. Dit voorkomt dat op momenten van veel vraag de woningprijs versneld zou kunnen stijgen. Snel afschaffen dus, de tijd is er nu rijp voor.&nbsp; </p><p align="justify">Leo van de Pas, woningmarktdeskundige te Heerlen, <a href="http://www.leovandepas.nl/">www.leovandepas.nl</a><br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 08 Jun 2010 15:46:08 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=114</comments></item><item>
      <title>Scheefwonen</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=113</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">Bij scheefwonen zullen een aantal Limburgers in de oude mijnstreken denken aan de woningen die vanwege mijnontginning zijn verzakt en scheefstand vertonen. De bewoners wonen met aflopende vloeren en muren letterlijk scheef. Over deze groep wil ik het nu niet hebben, echter wel over het scheefwonen in financi&euml;le zin. Met financieel scheefwonen, dat&nbsp; in de huursector voorkomt, wordt bedoeld dat mensen, gezien het besteedbare inkomen, te weinig of juist te veel huur betalen. Betaalt men te weinig, dan wordt dit goedkoop scheefwonen genoemd. Het probleem dat hierdoor ontstaat is, dat meer mensen met een laag inkomen in duurdere woningen moeten gaan wonen en deze vervolgens met een huurtoeslag moeten worden gesubsidieerd. <br /><br />Al vele decennia wordt geprobeerd hier iets aan te doen, maar tot nu toe vruchteloos. Je woont tevreden en hebt geen trek om naar een duurdere huurwoning of koopwoning te verkassen. In allerlei hervormingsvoorstellen voor de woningmarkt, die gaan over de hypotheekrenteaftrek en dergelijke, wordt aan deze kwestie veelvuldig aandacht geschonken. &Eacute;&eacute;n van de suggesties is om alle huren marktconform te maken, dus fors te verhogen, en de mensen die het nodig hebben middels een huurtoeslag of anderszins te ondersteunen. Een ingewikkelde ingreep, die er uiteraard wel voor kan zorgen dat de balans tussen inkomen en huur meer in evenwicht komt. Datzelfde kan gezegd worden van het idee om huren afhankelijk te maken van het inkomen.<br /><br />Over het algemeen kennen wij Nederlanders een hoge mate van vrijheid als het gaat om de wijze van besteden van het gezinsinkomen. Iemand die wat meer verdient, is niet verplicht een dure auto te kopen of van extra dure vakanties te genieten. Lang leve de vrijheid dus. Waarom wordt dan wel steeds geprobeerd deze groep uit de goedkopere huurwoningen te verdrijven? Huurders met een hoog inkomen betalen immers fors aan inkomstenbelasting. Met de belasting van &eacute;&eacute;n persoon kan de huurtoeslag voor &eacute;&eacute;n of meerdere huurders met een laag inkomen met gemak worden betaald. De afweging, die door de overheid gemaakt moet worden, is of die huurder bijvoorbeeld naar een koopwoning gedwongen kan worden, waar hij vervolgens gebruik gaat maken van de fiscale subsidi&euml;ring van de hypotheekrenteaftrek. Er komt dan weliswaar een goedkope huurwoning beschikbaar voor iemand uit een andere doelgroep, maar dit kent ook nadelen. Het vertrek van deze huurders maakt namelijk een einde aan het gem&ecirc;leerde bewonersprofiel van een wijk, waardoor het verschil tussen de goedkopere en duurdere wijken ook in sociaal opzicht wordt vergroot. Regelzucht van bovenaf, of wonen in vrijheid, dat is het dilemma.&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 12 May 2010 11:35:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=113</comments></item><item>
      <title>De hypotheekrenteaftrek</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=112</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">In het laatste regeerakkoord was afgesproken om het er even niet over te hebben, maar tijdens deze verkiezingsperiode is de beperking van de hypotheekrenteaftrek weer volop in het nieuws. Bovengenoemde afspraak betekende geenszins dat het onderwerp helemaal onder het tapijt was verdwenen. Diverse maatschappelijke organisaties vinden het doodzonde dat er jaren niets is gebeurd, terwijl er te weinig wordt gebouwd, prijzen van huizen, behoudens in 2009, blijven stijgen en starters moeilijk aan bod komen. Los van hervormingen om de woningmarkt beter te laten functioneren, komt in deze crisisperiode een ander item aan de orde, er moet fors bezuinigd en dat op alle fronten. De 20 ambtelijke werkgroepen zijn niet&nbsp; aan de woningmarkt voorbijgegaan. Langzamerhand wordt ook duidelijk welke definitieve standpunten de politieke partijen innemen. De rechtervleugel is tegen elke vorm van beperking, de linkse partijen doen gevarieerde suggesties om de aftrek in de toekomst te beperken, vooral voor de hogere inkomensgroepen, oftewel het hogere prijssegment. Echt baanbrekend zijn die voorstellen niet. Vaak wordt alleen de kostenpost van 12 miljard renteaftrek in ogenschouw genomen, terwijl niet alle inkomsten uit de woningmarkt, die deze post ruimschoots overtreffen, worden meegenomen. Voorstellen die resulteren in lagere uitvoeringskosten bij de overheid worden node gemist. Bovendien schijnen niet alle politici te&nbsp; begrijpen dat elke lastenverzwaring bij de burgers, in welke vorm dan ook,&nbsp; zal leiden tot minder bestedingen en de economie eerder bedreigt dan versterkt. </p><p align="justify">De fragiele woningmarkt in 2009 maakt dit duidelijk. Er werden 60.000 bestaande woningen minder verkocht. Dit leverde de overheid niet alleen 1 miljard minder overdrachtsbelasting op, maar wellicht nog een groter bedrag aan gemis van inkomsten zoals BTW en vennootschapbelasting, omdat kopers nu eenmaal vele miljarden besteden aan dienstverlening en vervolgaankopen rondom het eigen huis. Het vertrouwen in de economie en woningmarkt is licht herstellende. Hervormingsvoorstellen, die accepteren dat de woningprijzen met 10% kunnen dalen, zijn derhalve uit den boze. Er kunnen voldoende verbeteringen in het systeem worden aangebracht door&nbsp; aan beide kanten te saneren. Zo kan de renteaftrek best verminderen als gelijktijdig de overdrachtsbelasting, OZB, eigen woningforfait, koopsubsidies e.d. worden afgeschaft. De echte besparing zit hem dan vooral in afnemende uitvoeringskosten bij de overheid. Juist op dit punt blijven de verkiezingsprogramma&rsquo;s en de hervormingsvoorstellen te vaag. In sommige gevallen worden relatief eenvoudige regels vervangen door nieuwe, veel meer kostende regelgeving. Dat is echt het paard achter de wagen spannen. Kortom, spannende tijden voor de vier miljoen huiseigenaren, potenti&euml;le kopers en de tienduizenden dienstverleners die rondom de woningmarkt actief zijn. <br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 13 Apr 2010 11:01:50 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=112</comments></item><item>
      <title>De loterij van de OZB</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=111</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify">De onroerende zaakbelasting (OZB) blijft een omstreden kwestie, niet in de laatste plaats door de manier en kwaliteit van vaststelling van de waarde van woningen. Deze belasting vormt een belangrijke inkomstenbron voor de gemeenten. Omdat tarieven te pas en onpas worden aangepast om gaten in de gemeentebegroting te dichten, spreekt men in de volksmond graag van een melkkoe. Gemeenten zijn vrij om het OZB-tarief vast te stellen, maar dienen daarbij wel rekening te houden met de stijging van de collectieve lastendruk. Ondanks dit moet de woningeigenaar het opschroeven van OZB-tarieven met lede ogen aanzien en beschouwd dit meer als een onrechtvaardige straf voor spaarzaam en vlijtig gedrag. Sinds kort worden de woningwaarden jaarlijks ge&iuml;ndexeerd op basis van de marktontwikkelingen. Gezien de prijsontwikkelingen tussen de peildata van 1 januari 2008 en 2009 zou je eigenlijk geen schokkende veranderingen in waardering verwachten. In de praktijk blijkt dat echter anders uit te pakken. Diverse eigenaren werden geconfronteerd met waardestijgingen van 10 tot 20%, terwijl er niets aan de woning was gewijzigd. Omdat echter ook tegenovergestelde resultaten worden gezien, namelijk forse waardedalingen, lijkt nog steeds sprake te zijn van enigerlei vorm van willekeur of loterij.</p><p align="justify">Op landelijke schaal brengt de OZB een paar miljard op, een aardig bedrag zeker gezien het feit dat enkele jaren geleden de gebruikersbelasting werd afgeschaft. De administratieve kosten van uitvoering, indexering, behandeling bezwaarschriften en dergelijke belopen bij elkaar al gauw een paar honderd miljoen euro per jaar. In het kader van een meer effici&euml;nte overheid wordt gezocht naar mogelijkheden om de overheid beter en goedkoper te laten functioneren. De vraag is of op het op een of andere manier mogelijk is de OZB af te schaffen en een deel van de opbrengsten te compenseren, uiteraard, zonder dat dit leidt tot nieuwe administratieve rompslomp. Uitgangspunt is verder dat de lastendruk op een eerlijke manier wordt verdeeld en bij ongeveer dezelfde groepen als nu terechtkomt. Een aardige suggestie hiervoor is om de energieheffing voor gas en elektra lichtjes te verhogen. Over het algemeen zal er zeker een relatie bestaan tussen de omvang van het energiegebruik en grootte cq. waarde van de woning. Ook huurders en bedrijfspanden kunnen dan bij de regeling worden betrokken. Afschaffing van de OZB kan zo een win-winsituatie zijn voor overheid en burgers, omdat miljoenen aan kosten kunnen worden bespaard. Door een wat hogere energieprijs zal ook op energiegebied de aandacht voor besparende maatregelen worden versterkt. Het milieu kan dan als derde partij zegevieren. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 23 Mar 2010 11:08:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=111</comments></item><item>
      <title>Krimpadvies</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=110</link>
      <description><![CDATA[<p>Staatssecretaris Ank Bijleveld gooide afgelopen week de knuppel in het hoenderhok met haar waarschuwing aan kopers, om geen nieuwbouwwoning te kopen in de krimpgebieden, in verband met haar vrees voor een toekomstige waardedaling ervan. Diverse bestuurders, waaronder wethouder Lex Smeets van Heerlen, waren not amused. Haar bedoeling, wellicht meer aan bestuurders van gemeenten gericht, om niet tegen de krimp op te bouwen, snijdt echter wel hout. </p><p>Voor Zuid Limburg, waar de krimp zo&rsquo;n beetje werd uitgevonden, lijkt deze boodschap achterhaald en overbodig. In Parkstad Limburg is de bouwambitie van 5 jaar geleden, om 7.000 woningen toe te voegen, reeds omgezet in plannen om de komende 10 jaar 12.000 woningen te slopen. De Westelijke Mijnstreek heeft eveneens een halt toegeroepen aan een ongebreidelde woningbouw. Ook hier gaat straks het credo gelden, dat voor elke nieuwe woning er een andere wordt gesloopt. Zelfs in de regio Maastricht ziet men de grenzen van de groei naderen. Dit wil echter niet zeggen, dat hiermee alle problemen voor de woningmarkt in de toekomst zijn opgelost, maar een duidelijke visie is er nu gelukkig wel. </p><p>Extra aandacht van landelijke politici voor de krimp, in welke vorm dan ook, kan ook positief worden opgevat. Er zijn immers meer sectoren die om eenzelfde aanpak vragen. Op het gebied van winkelvoorzieningen, kantoren en bedrijfsterreinen staan de ontwikkelingen en uitbreidingen nog niet stil. De krimp legt niet alleen een claim op de woningvoorraad, maar evenzeer in deze sectoren. De consumentenbestedingen zullen dalen en de daling van de potenti&euml;le beroepsbevolking kan straks een tekort aan arbeidskrachten opleveren. Tenzij de Rijksoverheid haar verantwoordelijkheid neemt voor de krimpgebieden en met financi&euml;le injecties bijdraagt aan een evenwichtige ontwikkeling, want de regio&rsquo;s zullen dit beslist niet alleen kunnen ophoesten. In de eerste plaats voor de krimpregio&rsquo;s zelf, maar ook om elders in het land problemen op te lossen. De bevolkingsgroei van Nederland zal zich uitsluitend in de Randstad afspelen en daar voor andere problemen zorgen. De provincie Flevoland groeit met het aantal inwoners dat de provincie Limburg dreigt te verliezen. Almere alleen al, heeft aan het Rijk een bijdrage gevraagd van 5 miljard om groei en nieuwe voorzieningen te financieren. Minister Eurlings wil miljarden besteden aan de invoer van een kilometerheffing, dit om het autogebruik met 15% terug te dringen. Allerlei studies van wetenschappelijke bureaus tonen echter aan dat het aantal auto&rsquo;s in Nederland de komende decennia met enkele miljoenen zal toenemen en de kilometerheffing het probleem van de files niet zal oplossen. </p><p>Het geld van de belastingbetaler kan maar &eacute;&eacute;n keer worden uitgegeven. Door een betere spreiding van economie en werkgelegenheid kunnen een aantal vliegen in een klap worden geslagen. De ongelukkige uitspraken van Bijleveld kunnen worden gelaten voor wat ze zijn. Als ze helpen om de doelstellingen en lobby&rsquo;s van de krimpgebieden te ondersteunen, zijn deze misschien niet helemaal voor niets geweest.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 09 Feb 2010 12:16:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=110</comments></item><item>
      <title>De Toekomst van Parkstad Limburg</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=109</link>
      <description><![CDATA[<p align="justify"><strong>Wat elke burger, ondernemer en bestuurder van Parkstad moet weten. </strong></p><p align="justify"><strong>Inleiding</strong><br />Als geboren Noord Limburger, maar sinds 1974 woonachtig en werkzaam in Parkstad, mag ik mij Parkstedeling noemen. De regio en de toekomstige ontwikkelingen gaan me aan het hart, vandaar deze brief. Ik maak mij zorgen over de toekomst en wil een aantal ontwikkelingen en cijfers graag met u delen. Niet om onnodig kritisch of negatief te zijn, veeleer als een oproep om alle positieve zaken te stimuleren en alle kansen, hoe groot of klein ook, aan te grijpen. Voor de komende jaren is naast inzicht vooral lef, moed en doorzettingsvermogen van bestuurders en ondernemers nodig om positieve doelstellingen te verwezenlijken. Ik zal een aantal onderwerpen in vraag- en antwoord vorm behandelen. Enkele grafieken zijn toegevoegd om de cijfers te ondersteunen.</p><p align="justify"><strong>Wat is er aan de hand?</strong><br />Terwijl de wereldbevolking de komende decennia nog zal groeien van 6 naar 8 miljard mensen, zien we in verschillende Europese landen een structurele daling van de bevolkingsomvang. Ook in Nederland is deze ontwikkeling gaande. Niet op nationaal niveau, waar nog sprake is van een groei tot 17,5 miljoen in 2040, maar wel in diverse landelijke gebieden, waarvan Zuid Limburg er &eacute;&eacute;n is. Parkstad loopt in deze ontwikkeling voorop. Recente voorspellingen van CBS en Etil geven aan dat de bevolking van Parkstad (incl. Nuth) zal dalen van 250.000 nu tot 190.000 in 2040, een afname van 60.000 inwoners. Het zal duidelijk zijn dat deze daling een enorme impact zal hebben op de vastgoedmarkt en overige economische activiteiten in Parkstad en Zuid Limburg. Tegelijkertijd zien we dus gebieden zoals de Randstad, die grote inspanningen moeten leveren om de groei te verwerken, en regio&rsquo;s die alle zeilen moeten bijzetten om zich aan te passen aan de krimp. Het moge duidelijk zijn dat deze ontwikkelingen om regionaal denken en regionale aanpak en oplossingen vraagt. Terwijl groei gemakkelijker is te financieren uit extra inkomsten, zijn de financi&euml;le gevolgen van krimp veel lastiger te financieren. Toch bieden krimp en vergrijzing ook nieuwe kansen. </p><p align="justify"><strong>Waarop krimpt Parkstad als een van de eerste regio&rsquo;s in Nederland</strong><br />Voor groei of daling van de bevolking zijn twee aspecten van belang, de natuurlijke ontwikkeling (geboorte en sterfte) en migratiebewegingen. Wil een bevolking op natuurlijke basis constant blijven, dan zal elke vrouw 2,1 kind moeten krijgen. Vanwege economische en maatschappelijke factoren ligt dit cijfer in sommige gebieden van Limburg nu al rond de 1,6. Het is niet moeilijk om uit te rekenen dat met dit geboortecijfer de bevolking elke generatie met 20% zal afnemen. De groei component vanwege het alsmaar ouder worden van de mensheid levert slechts een geringe bijdrage. De reden dat met name Zuid Limburg, en daarbinnen Parkstad, als eerste met dit gegeven wordt geconfronteerd, moet voornamelijk gezocht worden in een onevenwichtige opbouw van de bevolking naar leeftijd. In de bloeiperiode van de mijnontginningen kwamen veel jonge werknemers uit alle delen van Nederland en Europa naar Zuid Limburg om daar emplooi te vinden in de mijnindustrie. De bevolking groeide in de naoorlogse periode dan ook explosief. Door het wegvallen van de mijnindustrie kreeg Parkstad rond 1970 ook al eens met bevolkingskrimp te maken. De verhuizing van instellingen zoals het ABP en het CBS naar Heerlen heeft dit deels gecompenseerd. Het migratieaspect heeft voornamelijk met de economische ontwikkelingen en kansen op de arbeidsmarkt te maken. Is er voldoende werkgelegenheid? Is er een positief vestigingsbeleid? Verder speelt het imago van een regio een rol.</p><p align="justify"><strong>De demografische ontwikkelingen zijn al langer bekend,&nbsp;wat zijn de laatste cijfers?</strong><br />De ontwikkelingen zijn inderdaad niet nieuw. Al in 1997 voorspelde Wim Derks van de Universiteit Maastricht&nbsp; dat Limburg rond 2007 haar top zou bereiken wat bevolkingsomvang betreft. Uiteindelijk bleken processen alleen maar sneller te verlopen en was de daling vanaf 2002 een feit, in Zuid Limburg zelfs vanaf 1997. De mogelijkheid om in Belgi&euml; en Duitsland een woning te kopen met aftrek van hypotheekrente heeft dit proces versterkt. In Kerkrade bijvoorbeeld neemt de bevolking sinds 1992 af, ondanks een groei van inwoners met een Duitse nationaliteit. Na 1997 vertrekken steeds meer Duitse migranten, waardoor de bevolkingsomvang inmiddels al met 10% is gedaald tot 48.000. Zuid Limburg neemt des te meer een unieke positie in, omdat alle omringende gebieden zoals Noord Limburg, Belgisch Limburg en de regio Aken nog met groei te maken hebben. Jaarlijks verhuist 5% van de Nederlanders. Hiervan blijft 65% binnen de eigen gemeente wonen, 15% binnen de regio en nog eens 15% blijft binnen de provinciegrenzen. Ongeveer 5% van de verhuizingen is afkomstig buiten de provincie of uit het buitenland. Bedrijfsverplaatsingen vinden eveneens overwegend binnen de eigen regio plaats. Hieruit blijkt dat het een lastige opgave is om bedrijven en/of mensen uit andere gebieden aan te trekken. Zuid Limburg grenst bovendien bijna geheel aan het buitenland (Belgi&euml; en Duitsland). Sinds in 2001 de hypotheekrenteaftrek voor wonen in het buitenland werd toegestaan, vertrokken er meer mensen naar Belgi&euml; en Duitsland dan dat er omgekeerd binnenkwamen, een negatief migratiesaldo dus. Het lagere prijspeil van woningen speelde hierbij een grote rol. Een groep Duitsers, die in de jaren tachtig een aantrekkelijke premie A woning in Parkstad konden kopen, vertrok weer terug naar Duitsland. Het is nauwelijks aannemelijk dat geboortecijfers weer gaan stijgen. Het vasthouden van die steeds kleiner wordende groep jongeren is een volgend probleem. Na een studie elders keert deze groep nauwelijks terug, maar blijft op plaatsen wonen, waar meer kansen liggen voor een aantrekkelijke beroepscarri&egrave;re. Het aantrekken van jonge gezinnen van elders is de laatste optie, maar ook deze missie kan alleen slagen als in de regio voldoende nieuwe economische activiteiten en overig aantrekkelijke condities aanwezig zijn.&nbsp; </p><p align="justify"><strong>Hebben de bestuurders van Parkstad tijdig ingegrepen?</strong><br />Je zou verwachten dat een streek die geconfronteerd wordt met een forse bevolkingsontwikkeling alert is en met maatregelen probeert bij te sturen. Tot en met 2005 was hiervan echter geen sprake. Groei is sexy en levert economische revenuen op, daarentegen roept krimp negatieve associaties op en bovendien moet de krimp op een andere manier gefinancierd worden. Krimp kost dus geld. Krimp was&nbsp; een nieuw fenomeen, waar in Nederland nog geen enkele ervaring mee was opgedaan. Met name politici bleven steken in de ontkenningsfase. Met extra impulsen in de woningbouw probeerde menig wethouder zelfs inwoners uit buurgemeenten aan te trekken. Pas op het moment dat er landelijk aandacht kwam voor een dalende bevolking in bepaalde streken van Nederland, drong ook in Parkstad Limburg het besef door, dat ontkennen geen enkele zin had. In 2005 ging de concept woonvisie van Parkstad bijvoorbeeld nog uit van een groei van de woningvoorraad met 12.000 woningen tot 2010. Op aandringen van de Provincie en marktsector is deze ambitie naar beneden bijgesteld tot 7.000. In de loop van 2009 zijn de programma&rsquo;s tot 2020 aangepast en gaat met uit van een afname van de woningvoorraad met 12.000 stuks. Het heeft dus erg lang geduurd voordat nieuwe inzichten werden omgezet in concrete acties. Voor elke woning die wordt gebouwd zullen er straks 2 moeten worden gesloopt. <br />&nbsp;<br /><strong>Wat zijn de gevolgen voor de woningmarkt?</strong><br />Krimp van bevolking leidt niet onherroepelijk tot een afname van bijvoorbeeld de woningvoorraad. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de gezinsverdunning, zorgen er voor dat er steeds minder mensen in &eacute;&eacute;n huis wonen. De afname van het aantal huishoudens houdt dus geen gelijke tred met de daling van de bevolking. Niettemin is in Parkstad de daling van het aantal huishoudens al ingezet. Naar verwachting zal het aantal huishoudens tot 2040 in Zuid Limburg met 40.000 afnemen, waarin Parkstad een aandeel heeft van 18.000. De afname van het aantal huishoudens komt geheel voor rekening van de huishoudens met meerdere personen. De eenpersoonshuishoudens groeien voorlopig nog, maar dit gegeven drukt het gemiddelde huishoudinkomen en heeft consequenties op de gezinsbestedingen. Het zegt ook iets over de grootte van woningen en de betaalbaarheid daarvan. De leeftijd is een ander aspect dat van belang is voor de koopbereidheid. Huishoudens boven 65 jaar zijn nauwelijks nog actief op de koopmarkt, na verloop van tijd doet men eerder afstand van de eigen woning. Huishoudens tot 65 jaar dalen in omvang van 86.000 naar 55.000. Deze gegevens kunnen leiden tot een groter aanbod en afname van de vraag waardoor het aantal woningtransacties met 30% kan dalen en prijzen verder onder druk komen te staan. In de betere jaren lag het aantal woningtransacties in parkstad op 3.000, in 2009 gedaald tot 1.800 stuks. De grafiek laat zien dat Parkstad de landelijke prijsontwikkeling niet kan volgen. In 1993 was er sprake van een klein prijsverschil. Op dit moment is een woning in Parkstad gemiddeld&nbsp; &euro;&nbsp; 35.000 goedkoper dan in Limburg en &euro; 76.000 goedkoper dan in Nederland. Het prijsniveau in Parkstad behoort tot de laagste in Nederland. </p><p align="justify"><strong>Lagere prijzen, dat is toch prima voor kopers?</strong><br />Een lagere woningprijs is inderdaad gunstig voor de startende koper en kopers die van elders naar Parkstad komen. Voor iemand die binnen Parkstad doorstroomt maakt het niet zoveel uit. Koopprijs en verkoopprijs liggen allebei lager. Een verkoper die niets terugkoopt of buiten Parkstad gaat kopen merkt het uiteraard wel in zijn portemonnee. Een matige of negatieve prijsontwikkeling maakt het doorstromen een stuk moeilijker. Het duurt jaren voordat de 10% kosten koper zijn terugverdiend en de kans op overwaarde is een stuk geringer. Voor de nieuwbouwsector zijn de gevolgen mogelijk nog groter. Het prijsniveau wordt dermate laag dat nieuwbouwprojecten tegen marktconforme prijzen nauwelijks nog weg te zetten zijn. De kwaliteitsslag die men wil maken door meer zorgwoningen en levensloopbestendige te realiseren, is hierdoor lastig uit te voeren. </p><p align="justify"><strong>Worden nog meer sectoren getroffen, of is het alleen de woningmarkt?</strong><br />Het onderwijs kreeg de eerste tik. De daling van het aantal geboorten was als eerste merkbaar in de babyindustrie en kinderopvang. Na verloop van tijd kreeg ook het basisonderwijs met minder aanwas van leerlingen te maken. In 5 jaar tijd is het aantal inwoners van 0 tot 14 jaar met 5.000 afgenomen. Tot 2040 neemt deze groep naar verwachting met nog eens 12.000 personen af. Op termijn zorgt deze daling voor minder klaslokalen, scholen, minder leerkrachten en in de kleine kernen wordt het steeds lastiger om onderwijsvoorzieningen op peil te houden. Inmiddels is de afname van leerlingen doorgedrongen tot het middelbaar onderwijs. Juist in een periode dat diverse nieuwe (brede) scholen werden gebouwd, kwamen schoolbesturen tot de ontdekking dat nog op teveel groei was gerekend. Later krijgt ook het hoger onderwijs met dit gegeven te maken. De vraag is of onderwijsinstellingen de financi&euml;le consequenties van deze afname kunnen dragen.&nbsp; </p><p align="justify"><strong>Worden winkelvoorzieningen en dienstverlening bedreigd?</strong><br />De afname van de bevolking zal leiden tot een steeds verder afnemende gezinsconsumptie. Stel maar voor, 60.000 inwoners en 20.000 huishoudens minder &aacute; &euro; 25.000 per jaar is al gauw een bestedingsuitval van &euro; 500.000.000 op jaarbasis. Hierdoor ontstaan overschotten in winkelvoorzieningen en andere dienstverlenende sectoren. Het feit dat steeds meer huishoudens met &eacute;&eacute;n inkomen moeten rondkomen zal deze ontwikkeling verder versterken. Ondanks het feit dat er straks overschot in winkelvoorzieningen dreigt, word momenteel het aantal m2 winkelvoorzieningen nog steeds uitgebreid. Op minder aantrekkelijke locaties zal dit snel tot leegstand en verpaupering leiden. De woonboulevard is momenteel een trekker van formaat, met vele bezoekers uit de grensregio&rsquo;s en dat is een geweldige zaak. Maar je moet er niet aan denken dat er in onze buurlanden dergelijke centra worden opgezet. <br />&nbsp;<br /><strong>En gevolgen voor de werkgelegenheid in bedrijven?</strong><br />Na de onderwijsperiode zet de daling door in de potenti&euml;le beroepsbevolking. Deze daalt de komende 30 jaar met ongeveer 73.000. De feitelijke beroepsbevolking zal met ongeveer 48.000 afnemen. Uiteraard zullen technologische ontwikkelingen niet stil staan. Het is nu nog niet duidelijk hoeveel mensen er straks nodig zijn om dezelfde productiviteit te leveren als op dit moment. Parkstad Limburg zet onder meer in op toerisme. Toerisme is een arbeidsintensieve bedrijfstak. Daarnaast valt vanwege de toenemende vergrijzing te verwachten dat er meer mensen in de zorgsector nodig zullen zijn. Er is daarom een re&euml;le kans aanwezig, dat er over 20 jaar te weinig mensen zijn om de huidige banen in te vullen. Tot dat tijdstip bereikt is, kan de werkeloosheid in principe tot 0% dalen. Daarna wordt een positief migratiesaldo een must. Lukt dit niet, dan bestaat het gevaar dat bedrijven wegtrekken, omdat elders in Nederland of in het buitenland wel gemakkelijk werknemers kunnen worden gevonden. Hierdoor kan er sprake zijn van een daling van de behoefte aan nieuwe bedrijfsterreinen. De plancapaciteit van bestaande en nieuwe terreinen is fors, terwijl op het gebied van nieuwe kantoren eveneens eerder aan groei dan aan krimp wordt gedacht. Een kwaliteitsslag is prima, echter dit kan niet als er niet gelijktijdig over oplossingen van leegstaande gebouwen en terreinen is nagedacht. <br />&nbsp;<br /><strong>Zijn er ook gevolgen voor bestuurlijk Parkstad?<br /></strong>Een daling van bevolking leidt direct tot daling van inkomsten bij gemeenten. Gemeenten ontvangen namelijk per hoofd van de bevolking een bijdrage uit het gemeentefonds. Daarnaast is de prijsontwikkeling van onroerend goed van belang voor inkomsten uit de onroerende zaak belasting. Een gedeeltelijke compensatie lijkt mogelijk door de tarieven te verhogen, maar dit kan natuurlijk niet eindeloos doorgaan. Het meer of minder kunnen uitgeven van bedrijventerreinen is ook direct van invloed op de inkomsten van een gemeente. Hierdoor ontstaat het gevaar dat gemeenten steeds meer moeite zullen krijgen met het opmaken van een sluitende begroting. Minder inkomsten zullen moeten leiden tot minder uitgaven, tenzij op extra bijdragen van de rijksoverheid kan worden gerekend. Anders kunnen bijdragen aan cultuurvoorzieningen en andere maatschappelijke voorzieningen onder druk komen te staan. Door verdere fusies of andere samenwerkingsverbanden kan niet alleen worden bezuinigd op kosten,&nbsp; maar mogelijk ook een efficiency slag worden gemaakt door kennis en kwaliteiten van diverse ambtenarenkorpsen te bundelen. Voor een verregaande herindeling zijn nog een aantal jaren te gaan en is rendement op de korte termijn niet te verwachten. Ik heb sterk de indruk dat burgers uiteindelijk weinig moeite zullen hebben met een wat grotere afstand tot het bestuurscentrum, als daardoor meer kwaliteit voor minder kosten kan worden geboden. </p><p align="justify"><strong>Is er dan niks positiefs over Parkstad te melden?</strong><br />Parkstad heeft de afgelopen jaren ook zeker vooruitgang geboekt. Op het gebied van veiligheid, cultuur en toerisme zijn prima zaken gedaan. De laatste onderzoeken en plaatsen op ranglijsten doen meer recht dan ooit aan de plek die Parkstad verdient. Voor toekomstige ontwikkelingen speelt het imago van een regio immers een grote rol. De lage woningprijzen kunnen mensen aantrekken van elders, met name senioren, die niet direct meer van werken afhankelijk zijn. Een goed voorzieningenniveau op medisch, sociaal en cultuurgebied is hiervoor echter van eminent belang. Het beleid moet dan ook eerder gericht zijn op het versterken van de bestaande identiteiten en mogelijkheden, dan het zoeken naar nieuwe opwindende kreten die nauwelijks zijn onderbouwd. Slogans als Heerlen Telematicastad hebben uiteindelijk niets opgeleverd. Betrek burgers en bedrijven meer bij de langetermijnvisie en draag de positieve zaken uit. Uiteindelijk zal een dergelijk beleid nodig zijn, dat er voor zorgt dat negatieve ontwikkelingen niet worden versterkt&nbsp; waardoor Parkstad in een blijvende neerwaartse spiraal terecht komt. Vermoedelijk kan de regio dit, wat financi&euml;n en bestuurskracht betreft, niet zonder hulp van provincie en rijk oplossen. </p><p align="justify"><strong>Wat hebben we van de rijksoverheid te verwachten?<br /></strong>Minister van der Laan gaf eerder aan niet meer in krimpgebieden te willen investeren. Gelukkig lijkt de minister tot nieuwe inzichten te komen. Je zou van de rijksoverheid mogen verwachten dat zij extra middelen aan de krimpregio&rsquo;s ter beschikking stelt, bijvoorbeeld door de bijdrage per hoofd van de bevolking te verhogen of andere fiscale voordelen te gunnen. Een speciaal stimuleringsbeleid kan ook, waardoor er meer spreiding van economische ontwikkelingen over het land mogelijk is. Een bijkomend voordeel hiervan is dat de sterke groei in regio&rsquo;s als de Randstad kan worden geremd. De groei van de bevolking in Flevoland is in de komende 30 jaar ongeveer even groot als de daling in Limburg. Almere vraagt alleen al aan het rijk een bijdrage van &euro; 5 miljard ter financiering van groei en nieuwe voorzieningen. Een dergelijk beleid kan er tevens voor zorgen dat de knelpunten voor de ruimtevragende beleidsterreinen zoals wonen, werken en mobiliteit in de overdrukke gebieden afnemen. Zouden de miljarden die nodig zijn voor de invoering en instandhouding van de kilometerheffing niet op een veel betere manier kunnen worden besteed?&nbsp; </p><p align="justify"><strong>Krijgt de vergrijzing voldoende aandacht?</strong><br />De groei van het aantal senioren vraagt op diverse maatschappelijke fronten om aanpassingen. Er komt een grotere vraag naar specifieke en gemakkelijk toegankelijke woningen, de zorgsector zal extra inspanningen moeten leveren en zo zijn er meer zaken die spelen. De senior heeft meer vrije tijd en dat vraagt om voorzieningen op sportief, cultuur en maatschappelijke terrein. Het is aannemelijk dat de senior van straks over een steeds hogere pensioenvoorziening beschikt. Het gemiddeld inkomen per huishouden zal daardoor stijgen. Er is echter nog weinig bekend over de wijze waarop de senior van straks de tijd zal doorbrengen, waar en hoe hij wil wonen en waaraan deze het inkomen bij voorkeur aan wenst te besteden. Nader onderzoek naar deze aspecten is nog nauwelijks gedaan. Anderzijds betekent dit dat er onderzocht moet worden op welke manier de senior straks zoveel mogelijk actief kan blijven en betrokken blijft bij maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. Ook voor de arbeidsmarkt kan deze groep belangrijk blijven, vanwege de aanwezige kennis, de oplopende&nbsp; pensioenleeftijd en het afnemende arbeidspotentieel.</p><p align="justify"><strong>Nieuwe kansen voor krimpgebieden</strong><br />Uiteraard is krimp en vergrijzing niet alleen kommer en kwel. Er zijn voldoende mogelijkheden om met een duidelijke visie bij te sturen. In de bebouwde omgeving kan een kwaliteitsslag worden gemaakt, op andere plaatsen komt extra ruimte vrij voor natuur en groen. De opgedane kennis kan worden vermarkt aan de rest van Nederland die op den duur ook met krimp te maken krijgt. In de sector zorg en toerisme zit nog enige groei. De samenwerking met Aken kan positieve vruchten afwerpen. Niettemin dienen beleidsmakers zich te realiseren dat de opgaven en uitdagingen gigantisch zijn. Een transparante aanpak en adequate communicatie met de burgers kan er voor zorgen dat er een breed draagvlak ontstaat. De burgers van Parkstad moeten weten waar ze aan toe zijn, het bestuur zal het vertrouwen moeten verdienen en waarmaken. Na de trots komt een beter imago vanzelf. </p><p align="justify">Download hier het artikel&nbsp;met tabellen en grafieken&nbsp;<br /><a href="http://www.leovandepas.nl/upload/20100205_917_201001-toekomst-Parkstad.pdf"><font color="#5798de">http://www.leovandepas.nl/upload/toekomst-Parkstad.pdf</font></a></p><p align="justify">Heerlen, februari&nbsp; 2010. &copy; Leo van de Pas&nbsp;<br /><br /></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 05 Feb 2010 16:04:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=109</comments></item><item>
      <title>2009 een verloren jaar voor de woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=108</link>
      <description><![CDATA[<p>Ondanks het feit dat de voorspelde instorting van de huizenprijzen is uitgebleven, moet 2009 voor de woningmarkt als een verloren jaar worden beschouwd. Deze conclusie trekt Woningmarktcijfers.nl nadat de kadastercijfers van het vierde kwartaal zijn verwerkt. De gemiddelde koopsom daalde met 6,5% en is uitgekomen op &euro; 238.300. Het aantal woningtransacties nam af tot 127.500, een daling van 30% ten opzichte van 2008, het aantal verkochte appartementen daalde met 27% iets minder dan gemiddeld, terwijl de vrijstaande woningen met 36,6% het meest inleverde. Tussenwoningen werden bijna 4% goedkoper, 2/1 kap woningen en vrijstaande woningen 8% respectievelijk 7,5%. </p><p>Provinciale ontwikkelingen<br />De prijsdaling was het grootst in de provincies Drenthe en Noord Holland met 7,2 en 7,4%. In Groningen en Overijssel was de prijsdaling geringer, respectievelijk 3,6 en 3,3%. In Groningen bleef ook de daling van het aantal transacties beperkt tot 26,5%, net als in Limburg. In Flevoland en Noord Brabant werden 34% minder woningen verkocht. </p><p>Overzicht woningmarkt provincies 2009<br />Provincie Gemiddelde koopsom T.o.v. 2008 Transacties T.o.v. 2008 <br />1. Utrecht &euro; 280.200 -6.9% 10.113 -33.1% <br />2. Noord Holland &euro; 273.900 -7.4% 22.166 -28.9% <br />3. Noord Brabant &euro; 259.000 -6.8% 17.187 -34.0% <br />4. Gelderland &euro; 247.400 -6.6% 13.820 -30.0% <br />5. Zuid Holland &euro; 227.100 -6.2% 29.382 -28.2% <br />6. Overijssel &euro; 212.400 -3.3% 7.853 -30.3% <br />7. Flevoland &euro; 205.900 -6.1% 3.056 -34.7% <br />8. Drenthe &euro; 199.300 -7.2% 3.743 -30.8% <br />9. Limburg &euro; 197.100 -5.7% 7.916 -26.6% <br />10. Zeeland &euro; 196.500 -5.0% 3.259 -29.3% <br />11. Friesland &euro; 193.100 -5.3% 4.634 -30.5% <br />12. Groningen &euro; 181.400 -3.6% 4.403 -26.5% <br />Nederland &euro; 238.300 -6.5% 127.532 -30.1%&nbsp;<br />NVM cijfers vol onduidelijkheden</p><p>De NVM cijfers van vorige week zorgden voor de nodige verwarring. Volgens de NVM was er in het 4e kwartaal 2009 sprake van een prijsstijging van 0,4% ten opzichte van het derde kwartaal. In werkelijkheid lag de mediane prijs &euro; 2.000 onder het niveau van de &euro; 230.000 van het derde kwartaal, hetgeen neerkomt om een prijsdaling van 0,8%. De daling van geheel 2009 ten opzichte van 2008 berekent de NVM op 2%. Een opmerkelijke conclusie als de kwartaalcijfers over 2008 een gemiddelde mediaan prijs opleveren van afgerond &euro; 245.000. Met &euro; 225.000 in 2009, ligt de werkelijke prijsdaling boven de 8%. </p><p>Economische effecten<br />De ontwikkelingen op de woningmarkt werken door in de economie. Het verlies aan overdrachtsbelasting kan alleen al worden begroot op &euro; 750 miljoen. De daling aan omzetten van woningmarktgerelateerde dienstverlening bedraagt naar schatting meer dan een miljard, dit los van de verliezen in de nieuwbouwsector. Met name de doorstromers hebben het, als gevolg van de onzekere economische situatie, laten afweten. De hypotheekrente schommelde weliswaar, maar bleef op het niveau van 2008. De verhoging van de NHG grens per 1 juli 2009 zorgde voor een toename van het aantal NHG hypotheken in de bestaande koopsector met ca. 20%. </p><p>Licht herstel woningprijzen en transacties in 2010<br />Woningmarktcijfers.nl verwacht dat de lichte trendverbetering van de afgelopen maanden in 2010 zal doorzetten. Het is meer dan waarschijnlijk dat het aantal transacties in 2010 met meer dan 10% zal stijgen tot circa 150.000. De bestaande koopwoningenmarkt zal als eerste profiteren van het economisch herstel, zoals dit voor 2010 wordt verwacht. De woningprijs maakt eveneens een kans om in 2010 licht te stijgen, zeker in gebieden waar de druk op de woningmarkt groot is. De verwachting is dat veel kopers, die in 2009 hun koopwens hebben uitgesteld, zich in de loop van 2010 weer op het koperspad zullen begeven. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat het consumentenvertrouwen op peil blijft en dat het economisch herstel doorzet en dat dit niet direct zal leiden tot een forse stijging van de hypotheekrente. </p><p>De regionale ontwikkelingen<br />De cijfers van de 70 Nederlandse regio&rsquo;s komen in de loop van de dag voor publicatie beschikbaar. Vanaf morgen zijn de woningmarktrapporten van elke gemeente, regio en provincie op de website van Woningmarktcijfers.nl te bestellen. Het rapport bevat naast zeer uitgebreide woningmarktontwikkelingen over meerdere jaren tevens prognoses over demografische ontwikkelingen alsmede theoretische verkooptijden van bestaande koopwoningen. </p><p>Noot met betrekking tot de cijfers van de NVM en het Kadaster<br />De cijfers van Woningmarktcijfers.nl zijn gebaseerd op data van het Kadaster over alle woningtransacties in Nederland. Het Kadaster registreert op het moment van ondertekening van de akte bij de notaris, dit in tegenstelling tot de NVM cijfers, welke zijn gebaseerd op het moment van ondertekening van de koopakte bij de NVM makelaars. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Sat, 23 Jan 2010 18:23:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=108</comments></item><item>
      <title>Verschil woningprijs duurste en goedkoopste regio € 200.000</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=107</link>
      <description><![CDATA[<p>De regio Gooi en Vechtstreek is evenals in 2008 de duurste woonregio van Nederland. In 2009 moest gemiddeld &euro; 357.500 voor een woning worden betaald. Zuid Kennemerland en de Heuvelrug in Utrecht volgen op de tweede en derde plaats. De Regio Oost in Groningen is met &euro; 157.500 de goedkoopste plek om te wonen, gevolgd door Pakstad Limburg (in 2008 de goedkoopste) en Zeeuws Vlaanderen. Het verschil tussen de goedkoopste en duurste woonregio bedraagt &euro; 200.000. </p><p>De grootste en kleinste dalers naar prijsniveau<br />De gemiddelde woningprijs in Nederland is gedaald met 6,5%. Op regionaal niveau zijn er 5 regio&rsquo;s waar de gemiddelde woningprijs met meer dan 10% is gedaald. Buiten de Wadden betreft het de regio Weert, Schouwen Duivenland &ndash;Tholen, en Noordwest en Noordoost Friesland. De kleinste daling werd waargenomen in Groningen Centraal (-0,3%), Salland(-1,2%) in Overijssel en Maasduinen (-2,2%) in Limburg. </p><p>De grootste en kleinste dalers naar transactieniveau<br />Het aantal woningtransacties daalde in 2009 met 30%. Ook hier zien wij grote regionale verschillen. Koploper is de Heuvelrug in Utrecht met een daling van meer dan 40%, gevolgd door Noordwest-Friesland en Gooi en Vechtstreek. In Venray bleef de daling beperkt tot 12,6%, gevolgd door Centraal Groningen en Amsterdam met 21,6%. </p><p>Licht herstel woningprijzen en transacties in 2010<br />Woningmarktcijfers.nl verwacht dat de lichte trendverbetering van de afgelopen maanden in 2010 zal doorzetten. Het is meer dan waarschijnlijk dat het aantal transacties in 2010 met meer dan 10% zal stijgen tot circa 150.000. De bestaande koopwoningenmarkt zal als eerste profiteren van het economisch herstel, zoals dit voor 2010 wordt verwacht. De woningprijs maakt eveneens een kans om in 2010 licht te stijgen, zeker in gebieden waar de druk op de woningmarkt groot is. De verwachting is dat veel kopers, die in 2009 hun koopwens hebben uitgesteld, zich in de loop van 2010 weer op het koperspad zullen begeven. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat het consumentenvertrouwen op peil blijft en dat het economisch herstel doorzet en dat dit niet direct zal leiden tot een forse stijging van de hypotheekrente. </p><p><a href="http://www.woningmarktcijfers.nl/downloads/200912_regios.pdf">http://www.woningmarktcijfers.nl/downloads/200912_regios.pdf</a></p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Sun, 22 Nov 2009 18:20:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=107</comments></item><item>
      <title>100 miljoen verlies door woningexecuties</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=106</link>
      <description><![CDATA[<p>In 2009 zullen door banken ongeveer 2.200 woningen via een executoriale veiling worden verkocht. Dit is een stijging van 15% ten opzichte van 2008. De verwachte explosieve stijging, als gevolg van de kredietcrisis, blijft vooralsnog uit. Woningmarktcijfers.nl heeft de ontwikkelingen van de eerste 4 maanden van 2009 aan de hand van cijfers van het Kadaster nader onderzocht. </p><p>Allereerst is gekeken naar de oorspronkelijke aankoopsom van de woning. Vervolgens is op basis van prijsontwikkelingen de waarde op het moment van veilen bepaald. Hierbij is geen rekening gehouden met een eventuele waardeverandering door woningverbetering of achterstallig onderhoud. De ge&iuml;ndexeerde woningwaarde op de veilingdatum bedraagt &euro; 178.700, op de veiling brachten deze woningen gemiddeld &euro; 123.700 op. Een verlies van &euro; 55.000 per woning (2008: &euro; 39.000). Voor 2009 wordt de totale vermogensschade geraamd op ruim 100 miljoen euro. Het zijn voornamelijk appartementen (40%) en tussenwoningen (30%) die onder de hamer komen. In Drenthe en Overijssel vinden verhoudingsgewijs de meeste veilingen plaats, in Utrecht en Noord Brabant de minste. </p><p>Miljoenenwinst voor banken en handelaren<br />Woningmarktcijfers.nl heeft ook onderzocht wat er na de veiling met de woningen is gebeurd. Van alle geveilde woningen werden 325 panden (50%) binnen 8 maanden doorverkocht. De gemiddelde transactieprijs bedraagt nu &euro; 154.000, een meeropbrengst van &euro; 30.300 per woning ten opzichte van de veilingprijs, oftewel ruim 33 miljoen in totaal op jaarbasis. Het is niet bekend hoeveel woningen door de bank zijn ingekocht en welk deel is opgekocht door handelaren. Het kopen op een veiling blijft, ondanks hogere aankoopkosten, nog steeds winstgevend. Banken die tijdens een veiling niet actief meebieden laten miljoenen liggen. Wel is bekend dat banken en de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (uitvoerder van de Nationale Hypotheekgarantie) een actiever beleid voeren ten aanzien van het beheer van achterstallige leningen en verkoop v&oacute;&oacute;r de veiling met toestemming van de rechter. Op de veiling zelf probeert men de schade te beperken door actief mee te bieden. Ondanks dat rekent het Waarborgfonds voor 2010 op een verdubbeling van verliesdeclaraties en wordt per 1 januari de borgtochtprovisie verhoogd van 0,45% naar 0,55%. </p><p>Het veilingsysteem is nog steeds weinig toegankelijk voor de particuliere huizenkoper en extra risicovol. Op een veiling moet onvoorwaardelijk worden gekocht, zonder bedenktijd en voorbehoud voor financiering. In veel gevallen kan de woning vooraf niet bezichtigd worden en de ontruimingsprocedure is voor de particulier evenmin een gemakkelijke klus. Wellicht kan het nieuwe systeem van provinciale veilingen op een vaste dag in de maand voor verbetering zorgen.&nbsp;&nbsp;</p><p>Oorspronkelijke aankoopsom<br />&nbsp;&euro;&nbsp; 144.400&nbsp;<br />Ge&iuml;ndexeerde waarde op executiedatum<br />&nbsp;&euro;&nbsp; 178.700&nbsp;<br />Veilingopbrengst<br />&nbsp;&euro;&nbsp; 123.700&nbsp;<br />Vermogensverlies<br />&nbsp;&euro;&nbsp;&nbsp; 55.000&nbsp;<br />Opbrengst in % van waarde <br />&nbsp;69%&nbsp;<br />Gemiddelde koopsom na doorverkoop<br />&nbsp;&euro;&nbsp; 154.000<br />Meeropbrengst t.o.v. veilingprijs<br />&nbsp;&euro;&nbsp;&nbsp; 30.300&nbsp;<br />Aantal maanden tussen aankoop en veiling<br />&nbsp;70&nbsp;<br />Aantal maanden tussen veiling en doorverkoop<br />&nbsp;&nbsp; 3</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 24 Nov 2009 18:15:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=106</comments></item><item>
      <title>Voorspellers op de woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=105</link>
      <description><![CDATA[<p>Aan het begin van het nieuwe jaar zijn de voorspellingen niet van de lucht, ook op het gebied van de woningmarkt en meer in het bijzonder de verwachte prijsontwikkelingen. Voor sommigen is het voorspellen van de toekomst blijkbaar niet zo moeilijk. Net als bij het bakken van een taart gaat het om een aantal ingredi&euml;nten die in de juiste hoeveelheden moeten worden toegevoegd. Voor de woningmarkt zijn dat de volgende:</p><p>-&nbsp; Economische ontwikkelingen, inflatie, werkgelegenheid en inkomen<br />-&nbsp; Ontwikkeling van de hypotheekrente, leencapaciteit <br />-&nbsp; Ontwikkeling huishoudens (huwelijken, samenwonen en scheidingen)<br />-&nbsp; Consumentenvertrouwen en koopbereidheid duurzame goederen <br />-&nbsp; Politieke keuzes, subsidies, discussies hypotheekrenteaftrek <br />-&nbsp; Woningaanbod, bestaand en nieuwbouw<br />-&nbsp; Ontwikkeling overige woonlasten, energie, gemeentelijke heffingen. </p><p>Al deze factoren zijn van belang voor de vraag- en aanbodverhouding en bepalen dus het prijsniveau en het omzetvolume. Voor een betrouwbare voorspelling moeten al deze aspecten&nbsp; juist worden ingeschat. Natuurlijk zal de hoogte van de hypotheekrente meer invloed hebben dan een ander element, het gaat dus op de juiste mix. Bij het bakken van een taart doen we alle ingredi&euml;nten in een kommetje, de staafmixer er doorheen, lang genoeg in de oven, klaar is kees en smullen maar. </p><p>Nou heb ik geen glazen bol en u wellicht ook niet, een heleboel economen kennelijk wel. Ik moet dan weer denken aan de econoom van een grote Nederlandse bank, die in 2006 een daling van de huizenprijzen voorspelde van 4%. Halverwege het jaar, met oplopende prijzen, werd de voorspelling wat naar boven bijgesteld en in het vierde kwartaal werd het zelfs een plus van 2%. En passant kwam de voorspelling voor 2007 erbij, opnieuw een prijsdaling van 4%. De algemene prijsstijging over zowel 2006 als 2007 werd uiteindelijk 4%. Ik bedoel maar. Ook in 2009 hebben diverse banken en organisaties gedurende het jaar hun prognoses meerdere malen bijgesteld. Uiteindelijk zijn de resultaten van 2009 beroerd, maar veel minder dramatisch dan werd voorspeld. </p><p>Dan moet ik het ook nog even hebben over de verschillende cijfers. Het Kadaster en Woningmarktcijfers.nl publiceren de werkelijke prijsgemiddelden en transacties. Het Kadaster publiceert bovendien samen met het CBS indexcijfers. De NVM cijfers gaan over de verkopen van de NVM makelaars (landelijk 70% marktaandeel, in Limburg 35%). De NVM werkt met mediaancijfers (middelste waarneming in de oplopende reeks), waarbij het moment van ondertekening van de koopakte bij de makelaar bepalend is. De verschillende rekenmethodes leveren uiteraard verschillen op en doorgaans is niet duidelijk op welke cijfers de voorspellingen zijn gebaseerd en dat zal ook in 2010 het geval zijn. Gaat het bakken van een taart gepaard met enige baklucht, ten aanzien van de vele voorspellingen over de woningmarkt is eerder sprake van een portie gebakken lucht. Goed om te weten als u de komende weken nog wat voorspellingen voor de kiezen krijgt. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Thu, 21 Jan 2010 11:15:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=105</comments></item><item>
      <title>Een beter 2010</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=104</link>
      <description><![CDATA[<div>2009 zal, wat de woningmarkt betreft, de geschiedenis ingaan als een beroerd jaar. Voor het eerst sinds lange tijd kwamen de woningprijzen onder druk te staan en werden er 30% minder woningen verkocht. De consument liet het afweten en hield de hand op de knip. Met de economische crisis op de achtergrond valt een prijsdaling van ongeveer 6% voor de gemiddelde koopwoning in feite nog mee, zeker als je beseft dat er verhoudingsgewijs meer goedkopere woningen werden verkocht. Het mag dan ook positief worden genoemd dat de gemiddelde woningprijs de afgelopen twee maanden licht is gestegen. De laagste woningprijs in Limburg werd in augustus gemeten. Ook het aantal transacties nam weer iets toe en dat is belangrijk voor de economie. Voorzichtig zou je kunnen zeggen dat het ergste voorbij is, maar zeker weten we dat niet.</div><div><br />Voor een goed functionerende woningmarkt zijn meerdere aspecten van belang, een daarvan is het consumentenvertrouwen. Dit wordt gevoed door ontwikkelingen in de economie, zoals een vaste baan en inkomen, de hoogte van de hypotheekrente, maar vooral emotie. Voorspellingen op economisch gebied wisselen elkaar in hoog tempo af. Terwijl de ene helft roept dat de crisis voorbij is, zien anderen nog lang geen einde aan de tunnel. De consument haakte eind 2008 af, terwijl er nog nauwelijks sprake was van een sterke stijging van werkloosheid of afname van het inkomen. Laten we maar aannemen dat de crisis in de loop van volgend jaar zijn ergste tijd gehad zal hebben, maar dat niemand in staat zal zijn het exacte moment ook maar bij benadering te voorspellen. Verder herstel op de arbeidsmarkt en zekerheid over het inkomen lijken onmisbare schakels. De discussie over aanpassing van de hypotheekrenteaftrek mag evenmin onvermeld blijven en kan opnieuw onrust veroorzaken. <br /><br /></div><div>Uiteindelijk zal de vraag naar woningen herstellen. Het is zelfs niet uitgesloten dat er sprake zal zijn van een inhaaleffect, omdat kopers hun woonwens hebben uitgesteld. Vast staat ook dat herstel van de vraag niet gelijkmatig over Nederland zal plaatsvinden. De woningmarkt volgt de economische ontwikkelingen en deze zijn op regionaal niveau zeer divers. In Zuid Limburg kunnen de demografische ontwikkelingen een extra belemmering vormen voor een krachtig herstel. Voor 2010 is enig optimisme gerechtvaardigd. Het aantal transacties zal zeker hoger liggen dan in 2009 en het prijsniveau zal een gevarieerd beeld opleveren, met lichte prijsstijgingen in gebieden met een grote woningvraag en stabilisatie of lichte daling in de economisch zwakkere regio&rsquo;s.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 29 Dec 2009 12:14:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=104</comments></item><item>
      <title>Het echec van Dubai</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=103</link>
      <description><![CDATA[<p>Jarenlang gold het emiraat Dubai als de plek van onbegrensde groei. Nieuwbouwprojecten voor de particulier en zakenman, met honderdduizenden tegelijk, werden ze uit de grond gestampt. Iedereen die in de wereld iets voorstelde, moest er wel een plekje hebben. Het prachtige imago leek niet stuk te kunnen. In alles wilde de sjeik de grootste zijn, of het nou om de bouw van een hotel, luchthaven, bloemenveiling, of hoogste woontoren ging. Marktonderzoek was overbodig, de overtuiging van het ongekende succes was voldoende. Dubai wist de wereld te boeien met een uitgekiend marketingconcept en door wereldsterren, zoals Michael Schumacher, aan zich te binden met een gratis eiland. Het fiscale regime was ongekend vriendelijk en van een poldermodel had men nooit gehoord. Met strakke hand werden besluiten genomen en bouwwerken in no time uitgevoerd, veelal door goedkope Chinese en Indiase arbeidskrachten. Investeerders namen een of meer verdiepingen in een complex af en zodra het gebouw gereed was, werden de appartementen met aardige winst aan de eindgebruiker doorverkocht, dat werkte in de beginjaren uitstekend. Aan deze droom lijkt nu, versneld door de creditcrisis, een einde te zijn gekomen. &Eacute;&eacute;n palmeiland is gerealiseerd, de overige eilanden, elk goed voor ca. 1 miljoen inwoners (de omvang van Limburg), zullen waarschijnlijk nooit meer worden gerealiseerd. Nieuwe investeerders zijn er even niet en degenen die al ge&iuml;nvesteerd hebben,&nbsp; krijgen de woningen niet meer verkocht. Regelmatig lees je over prijsdalingen tot 50%.</p><p>Een paar jaar geleden was ik met collega&rsquo;s op studiereis in Dubai. De eerste kreukjes waren toen al zichtbaar. Via prachtige videopresentaties liet men ons zien hoeveel er al verkocht en gerealiseerd was. Niettemin startte ontwikkelaars met het aanprijzen van woningen en appartementen met een gratis auto, terwijl wij Limburgse makelaars ongekend hoge provisies in het vooruitzicht kregen gesteld voor het aanbrengen van nieuwe klanten. Los van de nog onbegonnen crisis was men bezig een enorm overaanbod te cre&euml;ren en wel zodanig, dat het op een gegeven moment wel fout moest lopen. Naast het overaanbod waren er nog andere kritische kanttekeningen bij Dubai te plaatsen. De temperatuur is in de wintermaanden aangenaam, in de zomer lopen deze echter op tot meer dan 40 graden en is een verblijf in de nabijheid van een airco slechts aan te raden. De enorme bouwactiviteiten en toenemende verkeersstromen op nog geen 4.000 km2, zorgen voor mobiliteitsproblemen, waarbij die van Nederland in het niet vallen. Door middel van techniek is veel op te lossen, maar niet alles. Met name de hype van Dubai ofwel de houdbaarheid van elke euforie. De rest van de wereld zit immers niet stil. Alleen al in het buuremiraat Abu Dhabi was men voornemens de ambities van Dubai in tienvoud te overtreffen. Een droom lijkt voorbij en aan de grootheidswaanzin van deze ministaat komt een abrupt einde. Wat rest zijn de prachtige dvd&rsquo;s met beelden hoe mooi en groots het ooit had kunnen worden.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 08 Dec 2009 11:07:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=103</comments></item><item>
      <title>Bevolkingskrimp en woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=102</link>
      <description><![CDATA[<p>De bevolkingskrimp in Zuid Limburg en met name in Parkstad kwam afgelopen zaterdag in meerdere artikelen van deze krant aan de orde. De minister van Wonen Wijken en Integratie deed eveneens een duit in het zakje. Enerzijds met een pakket maatregelen voor Nederland ter waarde van &euro; 31 miljoen, anderzijds met een opmerkelijke uitspraak, namelijk dat er geen pogingen meer zullen worden ondernomen om mensen naar de krimpregio&rsquo;s te lokken. <br /><br />In de Verkenning Ruimtelijke Opgaven 2020-2040 van 2007 van het ministerie van VROM wordt enerzijds aandacht gevraagd voor de gevolgen van de demografische krimp in de landelijke gebieden, en anderzijds voor de gevolgen van het dichtslibben van de stedelijke gebieden, zeg maar de Randstad. De groei van de bevolking (ca. 2 miljoen) en het aantal huishoudens (ca. 1 miljoen) tot 2040 zal zich voornamelijk afspelen in de Randstad. Dit levert een enorme vraag op naar extra ruimte voor wonen, werken en mobiliteit. In bepaalde delen van Nederland is er dus geld nodig om de groei op te vangen, in andere gebieden juist extra geld om de krimp te financieren en dat is wrang. Je zou verwachten dat bestuurders in dit polderland in staat zouden zijn voor een betere spreiding van economische ontwikkeling te zorgen, maar dat is kennelijk te veel gevraagd.&nbsp;&nbsp;&nbsp; </p><p>Voor Zuid Limburg en Parkstad lijkt de krimp dus een onomkeerbaar gegeven te zijn en ook dat is wrang, temeer daar bestuurders en bedrijven in Zuid Limburg zich enorm inzetten om nieuwe kansen te scheppen voor de regio, door extra werkgelegenheid en dus ook bewoners aan te trekken. De brandingcampagne voor Zuid Limburg, welke vooral het imago van de regio moet verbeteren, is daar een treffend voorbeeld van. Al valt het niet te ontkennen dat de krimp te laat op agenda&rsquo;s is gekomen, momenteel wordt er op vele fronten hard aan de toekomstvisie gewerkt. De gevolgen van de krimp zijn dan ook niet gering. Sinds het topjaar 1997 is de bevolking in Zuid Limburg met 30.000 gedaald van 636.000 naar 606.000. De grootste daling moet echter nog komen. Voor 2040 wordt een bevolkingsomvang van 460.000 voorzien, een daling van maar liefst 28% ten opzichte van 1997. </p><p>Vanzelfsprekend heeft deze krimp voor meerdere sectoren enorme gevolgen. Ondanks een oplopende gezinsverdunning betekent dit dat er minder woningen nodig zullen zijn. Het aantal leerlingen op scholen neemt af, dit betekent minder scholen. Consumentenbestedingen nemen af, waardoor er minder winkelvoorzieningen en dienstverlening nodig zullen zijn. De beroepsbevolking daalt, vanwege de vergrijzing, nog sneller dan de bevolking zelf, dat betekent dat er minder kantoren, bedrijven en bedrijfsterreinen nodig zullen zijn. Er bestaat een re&euml;le kans dat bedrijven wegtrekken, omdat er onvoldoende arbeidspotentieel aanwezig is. Last but not least, de daling van inkomsten bij de overheden wordt zo groot, dat deze niet in staat zullen zijn het huidige voorzieningenniveau te handhaven. Plannen om de overheidsuitgaven met 25% te laten dalen zijn nog niet gezien. De vooruitzichten zijn somber, dit neemt echter niet weg dat er zich desondanks volop kansen zullen voordoen, die met volle overtuiging moeten worden gegrepen. Niet alleen de politiek, maar ook organisaties en bedrijven zullen de centrale ligging van Zuid Limburg moeten uitbuiten. Het bewustwordingsproces mag langzamerhand wel als afgerond worden beschouwd. Het is nu tijd voor actie en daadkracht.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Thu, 19 Nov 2009 11:44:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=102</comments></item><item>
      <title>Woningmarkt in Wognum</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=101</link>
      <description><![CDATA[<p>De collectieve hebzucht van ons volkje zorgde voor een snelle opmars van de DSB bank, de angst voor de ondergang. Binnen enkele decennia wist de bank van Dirk Scheringa massa&rsquo;s&nbsp; kredieten en leningen af te zetten. Daarbij lette de consument, vanwege onkunde of gebrek aan interesse, nauwelijks op de kwaliteit en de prijs van het product. Aan de andere kant bezorgden spaarders de bank het vermogen, nu vooral vanwege de extra hoge rentes die werden uitbetaald. Feiten die het beeld dat de kennis van de gemiddelde Nederlander over financi&euml;le producten niet al te hoog is, versterken. Een persoonlijke lening en een spaarrekening vallen dan nog onder de eenvoudige financi&euml;le producten. Bij hypotheken, zeker die met koopsompolissen, ligt dit al een stuk ingewikkelder. De oplossing kan enerzijds gevonden worden in het eenvoudiger c.q. transparanter maken van de producten, en anderzijds door meer kennis en bewustwording bij de consument. De economische impact van het debacle uit Wognum is nog niet exact te overzien, maar lijkt gigantisch. </p><p>Zelden zal een plaats zich binnen enkele weken zo nadrukkelijk op de Nederlandse kaart hebben gezet. Aangezien economische ontwikkelingen en woningmarkt onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, dient de vraag zich aan of en zo ja, welke consequenties dit heeft voor de&nbsp; woningmarkt in Wognum en omgeving. In een relatief klein gebied worden honderden gezinnen getroffen door het verlies van een baan. De maatschappelijke en sociale gevolgen hiervan zullen onder meer afhankelijk zijn van het feit of deze werknemers in staat zijn snel een nieuwe baan te vinden in de regio. Als baanverliezen redelijk snel kunnen worden ingevuld, dan zullen de consequenties best meevallen. Wonen volgt werken. Wanneer mensen moeten verhuizen vanwege een nieuwe baan, of blijven en genoegen moeten nemen met een lager inkomen, dan liggen de kaarten geheel anders en zal er sprake zijn van extra spanning op de woningmarkt. Meer aanbod en een verminderende betaalbaarheid zullen de kans op&nbsp; prijsdalingen fors vergroten. Andere sectoren, die direct of indirect met de woningmarkt te maken hebben, zullen eveneens met negatieve effecten worden geconfronteerd. Wognum zelf is een plaats met slechts 5.000 inwoners en 2.000 woningen. Vermoedelijk zal van een spreiding binnen een groter gebied sprake zijn, maar dan nog. Wordt de bank-ellende nog behoorlijk over Nederland verdeeld, Wognum en de plaatselijke woningmarkt zal de maatschappelijke klappen all&eacute;&eacute;n moeten verwerken. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Sat, 24 Oct 2009 11:42:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=101</comments></item><item>
      <title>Huisjes Kijken</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=100</link>
      <description><![CDATA[<p>Internet valt niet meer weg te denken als belangrijke informatiebron voor de woonconsument. Komt een woning in verkoop, dan is deze op vele belangrijke woonsites te vinden. Met meerdere foto&rsquo;s, videoanimaties en uitvoerige beschrijving van woning en omgeving wordt er weinig verhuld. Met de komst van internet leek aanvankelijk het aantal bezichtigen af te nemen. Maar internet is doorgaans niet in staat bij de consument net die gevoelige snaar te raken, waardoor deze enthousiast raakt. Een huis kopen gaat met emotie gepaard. Hiervoor blijft een persoonlijke bezichtiging, al dan niet met behulp van een makelaar die de laatste aanvullende details kan overbrengen, onmisbaar. Maar telkens een afspraak maken is lastig en kost veel tijd, zeker nu binnenkort de bladeren vallen en in de avonduren nog weinig leuks te zien is. Een huis moet immers bij daglicht en in volle glorie bekeken worden. Makelaars, creatief als deze in moeilijke tijden zijn, hebben daar een aardige oplossing voor gevonden. De zogenaamde &ldquo;open huizen dagen&rdquo;. Uiteraard met een drieledig doel: Voor de consument lekker handig, zonder een afspraak te hoeven maken op zaterdag of zondag ongestoord een aantal woningen bekijken in de hoop dat er ergens het huis van hun dromen tussenzit. Voor de verkopende partij een extra gelegenheid om onder het genot van een kopje koffie en appeltaart de kansen op een transactie te vergroten. En voor de makelaar een uiterst effici&euml;nt middel, omdat het aantal bezichtigen toeneemt, naarmate woningen langer te koop staan.<br />Terwijl de koper gebruik kan maken van deze gemakkelijke en vrijblijvende kijkmethode stelt de verkoper zich extra kwetsbaar op. Het aantal medebezoekers geeft namelijk inzicht in de mate van belangstelling voor de woning, hetgeen bij onderhandelingen kan worden gebruikt.&nbsp; </p><p>Er is nog een kwartaal te gaan, maar op basis van de resultaten van de eerste negen maanden beleeft de woningmarkt geen geweldig jaar. De prijzen staan onder druk, maar vooral de afname van het aantal transacties baart zorgen. Iemand die niet perse hoeft te verhuizen, blijft vaak zitten waar hij zit en wacht betere tijden af. De groep die wil starten op de huizenmarkt en degene die vanwege werk of andere persoonlijke omstandigheden moet verhuizen is te klein om de woningmarkt te laten floreren. Op enig moment, niemand weet wanneer, zal het economisch tij keren en ook de woningmarkt weer uit het dal kruipen. Woningzoekenden die tot&nbsp; laatstgenoemde groep behoren, kunnen in deze tijd hun slag slaan. Aanstaande zaterdag zijn er opnieuw volop kansen. Van de ruim 10.000 woningen die momenteel in Limburg te koop staan zal zeker een tiende deel haar deuren wagenwijd open zetten om aspirant kopers te verwelkomen, met open armen. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Sun, 04 Oct 2009 11:38:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=100</comments></item><item>
      <title>Voldoende zekerheden voor veilige woningmarkt</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=99</link>
      <description><![CDATA[<div>Dertig jaar geleden stond Nederland aan de vooravond van een economische crisis die de woningmarkt, voor het eerst in de naoorlogse periode, hard zou raken. De werkeloosheid was fors opgelopen, tot dubbele cijfers van de huidige. De hypotheekrente steeg tot 12% en allerlei beschermende waarborgen, zoals wij die nu kennen met de Nationale Hypotheekgarantie, bestonden toen nog niet. De gemiddelde woningprijs bedroeg destijds 200.000 gulden, maar deze zou in enkele jaren tijd dalen tot 140.000 gulden. Huiseigenaren die toen vanwege baanverlies gedwongen waren de woning te verkopen en geen andere (eveneens goedkopere) woning konden terugkopen, werden geconfronteerd met een behoorlijk vermogensverlies. De woningmarkt beleeft op dit moment weliswaar zware tijden, maar in vergelijking met die periode is van een algehele instorting geen sprake. In vergelijking met andere Europese landen doet Nederland het zelfs goed. Uiteraard zorgt de huidige economische dip voor meer werkeloosheid en is opnieuw sprake van een, zij het lichte, daling van de huizenprijzen. Voor de starter is dit een lichtpunt, hij kan immers goedkoper kopen, voor de doorstromer maakt het niet veel uit, alleen degene die de koopmarkt verlaat, treft een gering vermogensverlies, met name wanneer de koopwoning pas kort geleden was aangeschaft. De daling van de woningprijzen met &euro; 10.000 of &euro; 20.000 lijkt voornamelijk een emotioneel probleem, veroorzaakt door ons denken en geloven in een permanente prijsstijging. Bij een auto van een gemiddeld prijsniveau, vinden wij het immers heel normaal dat deze elk jaar &euro; 5.000 in waarde daalt.<br /><br /></div><div>Toch vond onze nationale financi&euml;le waakhond, de Autoriteit Financi&euml;le Markten (AFM) het deze week nodig aanvullende eisen te promoten met betrekking tot de maximale financiering van woningen in Nederland. Behoudens enkele financi&euml;le excessen, die meer met fraude dan met wat anders te maken hebben, heeft de Nederlandse woningmarkt het behoorlijk voor elkaar. Ondanks de economische crisis blijft het aantal mensen dat echt in de problemen komt beperkt tot enkele duizenden per jaar, veelal door echtscheiding, soms door baanverlies of gewoon vanwege een onzorgvuldige planning van het huishoudboekje. Hoe pijnlijk die situatie voor betrokkenen ook zal zijn, in feite gaat het om een fractie van de vier miljoen eigenhuizenbezitters die we in Nederland hebben. Aantallen die niet pers&eacute; hoeven te stijgen. Door de recente verhoging van de financieringsgrens tot &euro; 350.000 kunnen namelijk steeds meer kopers gebruik maken van de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). De NHG levert niet alleen een lagere hypotheekrente op maar zorgt er tevens voor dat huiseigenaren niet met een restantschuld blijven zitten wanneer de woning door baanverlies, ziekte of echtscheiding gedwongen moet worden verkocht. De NHG verlangt bovendien dat een behoorlijk deel van de hypotheek gedurende de looptijd wordt afgelost en ook dat de top van de hypotheek met een overlijdensrisicoverzekering is afgedekt. Kortom, aan vrijwel elk denkbaar risico is gedacht. In plaats van de weinig creatieve aanbevelingen zou de AFM er beter aan hebben gedaan een krachtig gebruik van de Nationale Hypotheekgarantie te bepleiten. Op dit moment maakt nog slechts ruim de helft van alle kopers die qua koopsom voor NHG in aanmerking komen ook daadwerkelijk gebruik van deze unieke regeling. Er valt dus nog een hoop aan extra zekerheden te winnen.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 15 Sep 2009 09:50:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=99</comments></item><item>
      <title>1e half jaar 2009</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=98</link>
      <description><![CDATA[<p><strong>Zwak eerste halfjaar woningmarkt</strong><br />Rond de twintigste van elke maand publiceert het Kadaster samen met het CBS cijfers over de bestaande koopwoningmarkt in Nederland. De schommelingen in de maandcijfers worden als belangrijke nieuwsfeiten breed uitgemeten in de media. Woningmarktcijfers.nl onderzoekt en analyseert de gegevens van diverse bronnen en publiceert regelmatig over actuele ontwikkelingen. Volgens directeur Leo van de Pas geven maandcijfers over het algemeen g&eacute;&eacute;n stabiel en betrouwbaar beeld. Zowel de gemiddelde koopsom als het aantal woningtransacties laten dermate grote schommelingen zien dat een analyse op maandbasis weinig zinvol is. Voor Woningmarktcijfers.nl is een kwartaal dan ook de minimale maat en vervolgens worden de ontwikkelingen over meerdere maanden vergeleken. De gemiddelde woningprijs is een optelsom van de koopsom van alle verkochte woningen. Deze gemiddelde prijs stijgt en daalt, onder andere als gevolg van een algehele stijging of daling van de prijzen. Voor een deel wordt het verschil echter gemaakt doordat van een bepaald woningtype meer of juist minder woningen worden verkocht. Vrijstaande woningen zijn eenmaal duurder dan appartementen. Wijzigingen in deze aantallen blijven in berichtgevingen veelal buiten beschouwing, waardoor er gemakkelijk een troebel beeld kan ontstaan.<br />&nbsp;<br /><strong>Woningprijs daalt met 5,4%</strong><br />Na verwerking van de cijfers van de maand juni is het tweede kwartaal compleet en kan bovendien een vergelijking op basis van het eerste half jaar worden gemaakt. De conclusie is duidelijk. De woningmarkt maakt een zware tijd door, maar van een totale instorting is absoluut geen sprake. In het eerste kwartaal ging de gemiddelde woningprijs in Nederland met 2,8% naar beneden in vergelijking met het jaar 2008 en daalde van &euro; 255.000 naar &euro; 247.700. De gemiddelde prijs over het tweede kwartaal bedraagt &euro; 235.500. In het tweede kwartaal betaalden kopers gemiddeld &euro; 20.000 (7,6%) minder dan in 2008. Het eerste half jaar sluit af met een gemiddelde prijs van &euro; 241.300, een daling van 5,4%. Op kwartaalniveau ging de gemiddelde prijs al vaker naar beneden, maar het is nu voor het eerst sinds jaren dat de prijs twee kwartalen achter elkaar naar beneden wordt bijgesteld. Deze prijsdaling is pittig, maar van een volledige instorting van de prijzen, zoals vaak in de media wordt gesuggereerd, blijkt geen sprake te zijn. Dat geldt zeker nu de woningprijs van de door de NVM makelaars verkochte woningen in het tweede kwartaal weer een lichte prijsstijging heeft laten zien. Op basis van deze gegevens concludeert Woningmarktcijfers.nl dat de gemiddelde woningprijs van het Kadaster zich in het derde kwartaal en waarschijnlijk ook over geheel 2009 zal weten te handhaven op een prijsniveau van rond de &euro; 240.000. Hierbij worden provinciale verschillen opgemerkt vari&euml;rend van -1 tot -7%.</p><p><strong>Eenderde minder woningtransacties</strong><br />Naast de prijsontwikkeling vormt het aantal woningtransacties een belangrijk factor.<br />In het eerste kwartaal van 2009 werden ruim 33% minder woningaktes ingeschreven in vergelijking met dezelfde periode van 2008. In het tweede kwartaal werden in absolute zin weliswaar 10% meer transacties geregistreerd dan in het eerste kwartaal, maar dit gegeven herhaalt zich elk jaar. In vergelijking met het tweede kwartaal van 2008 ging het aantal transacties met 37% onderuit. Dit betekent 31.500 minder transacties dan in het eerste half jaar van 2008. Op provinciaal niveau lopen de verschillen uiteen van -30 tot -38%. Sinds het topjaar 2006 zijn de transacties in het eerste halfjaar al 3 jaar op rij afgenomen van 100.700 in 2006 tot 57.500 in 2009. De verkoopcijfers van nieuwbouwwoningen zijn eveneens somber.</p><p><strong>Kansen voor kopers</strong><br />Voor kopers is een lagere prijs vooralsnog een voordeel, omdat zij eerder in staat zijn een betaalbare woning te vinden. Door het toegenomen woningaanbod heeft de koper een ruime keuze en is er sprake van een kopersmarkt. Voor een gezonde woningmarkt, met blijvende kansen op doorstroming en het realiseren van een wooncarri&egrave;re, is een structurele prijsstijging van iets boven het inflatieniveau wenselijk. De meeste kopers financieren de aankoop van de woning incl. kosten koper. Bij een jaarlijkse prijsstijging van 2% duurt het dan nog minima7al 5 jaar om schuldenvrij te kunnen doorstromen. </p><p><strong>Verwachtingen voor het tweede halfjaar</strong><br />De grote vraag blijft of er dit jaar nog sprake zal zijn van een beginnend herstel van het consumentenvertrouwen en de economische situatie. In het tweede halfjaar worden er traditioneel meer woningen verkocht dan in de eerste helft. Momenteel gaat Woningmarktcijfers.nl uit van een prognose voor het gehele jaar 2009 van 130.000 tot 135.000 transacties. De daling met ongeveer 50.000 transacties heeft vervolgens een enorme impact op de economie. De omzetten en resultaten van vele beroepsgroepen in de dienstverlenende sector rondom de eigen woning zullen hierdoor opnieuw fors onder druk komen te staan. Uiteraard heeft dit ook gevolgen voor de overheid zelf in de vorm van daling van verschillende belastinginkomsten. Gedurende de afgelopen periode heeft de consument nog weinig hulp ondervonden van de overheid. Naast enkele subsidiemaatregelen voor energiebesparing is het belangrijkste wapenfeit een tijdelijke verhoging van NHG grens naar &euro; 350.000. Door deze verhoging komt nu theoretisch 82% van alle kopers van een bestaande woning in aanmerking voor Nationale Hypotheekgarantie. We noemen met opzet theoretisch, want in de praktijk maakte tot nu toe slechts 45% van alle potenti&euml;le deelnemers van de regeling gebruik. Ook buiten de verhoogde grens ligt er een enorme uitdaging voor het Waarborgfonds Eigen Woningen, geldverstrekkers en hypotheekadviseurs om meer kopers extra zekerheid te bieden in geval van calamiteiten. Ook de invoering van de woonlastenfaciliteit per 1 juli biedt NHG kopers extra mogelijkheden om een tijdelijk financieel moeilijke periode te overbruggen. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Mon, 27 Jul 2009 15:51:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=98</comments></item><item>
      <title>Verkooptijden</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=97</link>
      <description><![CDATA[<p><strong>Woningaanbod groeit nog steeds</strong> <br />Het aantal bestaande woningen dat op dit moment te koop staat is sinds januari 2009 met 14% toegenomen tot ruim 183.000. In bijna alle provincies staan nu meer woningen te koop dan er op jaarbasis vermoedelijk zullen worden verkocht. De theoretische verkooptijd (TVT) is daardoor opgelopen tot 13,6 maanden. De provincie Utrecht (10,3 maanden) en Noord Holland (11,9) hebben de kortste verkooptijd. In deze provincies worden ook de hoogste verkoopprijzen gerealiseerd. In Friesland en Groningen wordt de hoogste TVT gemeten respectievelijk 17,7 en 16,3 maanden, deze behoren tot de goedkoopste provincies. Er is volgens Leo van de Pas, directeur van Woningmarktcijfers.nl, duidelijk een relatie tussen de hoogte van de gemiddelde koopsom en de theoretische verkooptijd. Uit onderzoek van Woningmarktcijfers.nl blijkt verder dat de TVT sterk verschilt per prijssegment. In de prijsklasse tot &euro; 200.000 (marktaandeel ca. 45%) bedraagt de theoretische verkooptijd nu 8 maanden. In de prijsklasse van &euro; 200.000 tot &euro; 400.000 (marktaandeel ca. 45%) 12 maanden en de verkoop van woningen boven &euro; 400.000 (marktaandeel 10%) vergt gemiddeld genomen meer dan 24 maanden. In 2006 stonden 135.000 huizen te koop en bedroeg te theoretische verkooptijd 8 maanden.<br /><br /><strong>Theoretische verkooptijd biedt meer transparantie</strong><br />Naast het aantal dagen dat de werkelijk verkochte woningen te koop hebben gestaan, biedt de theoretische verkooptijd (TVT) aanvullende transparantie op elk gewenst niveau. Bij de theoretische verkooptijd wordt het aantal te koop staande woningen afgezet tegen het aantal transacties van de afgelopen 12 maanden. Op deze manier kan de TVT per woningtype en prijssegment worden bepaald, zowel per gemeente als regio of provincie. In Nederland staan momenteel ruim 183.000 woningen te koop. Afgezet tegen de transacties (160.200), duurt het&nbsp; theoretisch gemiddeld 13,6 maanden om een woning te verkopen. In de afgelopen maanden is de theoretische verkooptijd voortdurend toegenomen, enerzijds vanwege een stijging van het aantal te koop staande woningen, anderzijds vanwege een afname van het aantal woningtransacties. De theoretische verkooptijd (TVT) wordt sinds 2006 door de website Woningmarktcijfers.nl gebruikt om ontwikkelingen in de woningmarkt te volgen en vormt belangrijke informatie voor iedereen die op de woningmarkt actief is.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Mon, 15 Jun 2009 15:48:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=97</comments></item><item>
      <title>Bouwen naar wens burger</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=96</link>
      <description><![CDATA[<p>Burgers moeten, veel meer dan nu is toegestaan, zelf kunnen bepalen hoe hun woningen er uit gaan zien. De rol van het Rijk, gemeenten en projectontwikkelaars moet worden verminderd. Dat is de uitkomst van een onderzoek, dat in september aan minister Cramer zal worden aangeboden. Aan het onderzoek, dat is betaald door overheden en marktpartijen, is zes jaar gewerkt. E&eacute;n van de conclusies van het onderzoek is dat er sinds de Tweede Wereldoorlog wel v&eacute;&eacute;l woningen zijn gebouwd, maar dat deze nauwelijks voldoen aan de wensen van de consument. Conclusies die ons reikhalzend doen uitkijken naar een volledig verslag van het onderzoek.</p><p>Feit is dat direct na de Tweede Wereldoorlog enorme woningtekorten moesten worden weggewerkt. Begrijpelijk is, dat in die periode het adagium kwantiteit voor kwaliteit gold. De financi&euml;le middelen waren in die tijd beperkt. De naoorlogse periode werd gevolgd door de jaren zeventig en tachtig, een periode die juist werd gekenmerkt door gelimiteerde bouw, in de vorm van contingenten. Elke gemeente kreeg jaarlijks een maximaal aantal woningen dat mocht worden gebouwd toebedeeld. Vooral de grotere gemeenten kregen uitbreiding. Voor de kleine, landelijke gemeenten was weinig ruimte om te groeien, waardoor de eigen jeugd vaak gedwongen werd zijn heil elders te zoeken. De gesubsidieerde woningbouw in de vorm van premie A-woningen was een opvallend verschijnsel en trok in de grensregio&rsquo;s zelfs buitenlandse kopers. In de jaren negentig verschenen de zogenaamde VINEX wijken, grote woongebieden in en aan de rand van grotere steden, die opnieuw dienden om ernstige woningtekorten weg te werken. In Limburg bleef dit overigens beperkt tot slechts enkele gebieden. Het wegwerken van die grote woningtekorten werd maar al te vaak als excuus aangevoerd om de wensen van de burgers te negeren. Een vertaling van een al dan niet succesvol woningbouwbeleid is blijvend zichtbaar in de markt, de hoeveelheid woningen die te koop of te huur staat alsmede de prijsontwikkeling. </p><p>Nu de bevolkingsgroei in diverse regio&rsquo;s buiten de Randstad een pas op de plaats maakt, ontstaat er meer ruimte om aan kwaliteit van de woonbeleving te werken en rekening te houden met de wens van de bevolking. Op wild bouwen met kans op Belgische toestanden zal niemand zitten te wachten, ook dan zal de markt haar werk doen. Blijft over het lastige vraagstuk van de steeds veranderende woonwens van de consument. In een periode van economische crisis zullen het vooral de financi&euml;le omstandigheden zijn, die voor verandering zorgen. Daarnaast zullen demografische aspecten, zoals vergrijzing en individualisering, er voor zorgen dat telkens nieuwe grenzen moeten worden opgezocht. Van een zesjarig onderzoek mag een serieuze bijdrage worden verwacht.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Mon, 03 Aug 2009 15:45:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=96</comments></item><item>
      <title>Optimaal woongenot</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=95</link>
      <description><![CDATA[<p>De kwaliteit van het woongenot zal door iedereen anders worden beleefd. Het is een ruim begrip, dat vanwege persoonlijke opvattingen, voor iedereen verschilt. De een zoekt rust, terwijl de ander juist de drukte opzoekt. Zelfs seizoenen kunnen medebeslissend zijn. In de voorbije weken maakt een huis met een zwembad bijvoorbeeld een grotere kans om verkocht te worden, terwijl in de wintermaanden een appartement in de stad beter aanvoelt. Bovenal is de locatie bepalend voor de kwaliteit van het woongenot. In de zomerperiode, wanneer er veelvuldig buiten wordt geleefd, zijn de omstandigheden in de directe omgeving extra merkbaar. Woon je buiten en vrij, dan geeft dat extra privacy en rust. In een drukkere, stadse woonomgeving komen rust en privacy vaker onder druk te staan en is er eerder sprake van een toenemende overlast. Respect voor elkaar en begrip over en weer zijn dan ver te zoeken, de tolerantiegrens ligt op een laag niveau. Overlast van buren of directe omgeving is niet voor niets een van de vaak gehoorde argumenten om te verhuizen.&nbsp;&nbsp; </p><p>In de huidige tijd verkassen mensen sneller en vaker dan vroeger, gemiddeld genomen wel eens in de tien jaar. Het aantal motieven is legio, naast het eerder genoemde aspect spelen persoonlijke en financi&euml;le omstandigheden een grote rol. In de huidige woningmarkt is er, zeker in de koopsector, volop keuze. Meer dan ooit is de consument in staat die woning en woonomgeving te kiezen die het beste bij hem of haar past. Dat de locatie daarbij van groot belang is, wordt nog wel eens over het hoofd gezien. Een design keuken of flitsende badkamer wint het nog wel eens, mijns inziens ten onrechte, van een minder fraai afgewerkte woning op een betere plek. In makelaarsjargon staat niet voor niets op plaats een tot en met drie van belangrijkste zoekcriteria: locatie, locatie en nog eens locatie.</p><p>Voordat het zoeken begint maken zoekers meestal een lijstje met belangrijke woonwensen. Dat de woonomgeving hierop een prominentere plaats dient te krijgen, moge duidelijk zijn. Daarbij moet niet alleen gelet worden op de huidige situatie, maar evenzeer op eventuele wijzigingen in de toekomst. Veranderingen in bestemmingsplannen in de buurt gooien maar al te vaak roet in het eten en kunnen alsnog een ernstige bedreiging vormen voor een blijvend optimaal woongenot. </p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Mon, 06 Jul 2009 15:41:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=95</comments></item><item>
      <title>Opstekers voor de woningmarkt.</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=94</link>
      <description><![CDATA[<p>Het kabinet maakte maandenlang weinig aanstalten om de woningmarkt te hulp te schieten. Ja, er zijn miljoenen beschikbaar gekomen voor corporaties en ontwikkelaars om projecten vlot te trekken, maar de particuliere consument beleefde daar nog weinig plezier aan. Voor deze groep restte slechts wat subsidie om investeringen in isolatievoorzieningen te doen, op zich nuttig, maar niet direct effectief om de woningmarkt op korte termijn vooruit te helpen. Als we het over de woningmarkt hebben, is het noodzakelijk een splitsing aan te brengen tussen de koop- en huursector. Gaat het goed in de koopsector, dan ontstaat er ontspanning in de huursector. Nu de koopsector in moeilijk vaarwater zit, neemt de vraag naar huurwoningen juist toe. Koop- en huursector werken zo te zien als communicerende vaten. Hoewel dit flexibiliteit doet vermoeden, is hiervan in de praktijk weinig te merken. Huurwoningen verkopen lukt nog wel, maar beleggers en corporaties in de huidige tijd koopwoningen laten opkopen voor de verhuur, lijkt een lastig proces. Een goed rendement staat immers voorop. <br /><br />Wanneer het niet lukt om de eigen woning te verkopen, moet de eigenaar zijn toevlucht zoeken tot andere, minder aantrekkelijke alternatieven, zoals de (tijdelijke) verhuur van de woning. De dubbele lasten zullen immers niet langdurig kunnen worden opgebracht. Aan verhuur kleven uiteraard de nodige risico&rsquo;s. Wordt de huur netjes op tijd betaald, wordt de woning normaal bewoond, komt de woning na afloop van de termijn daadwerkelijk leeg en wat zijn de fiscale gevolgen? Officieel moet aan de bank toestemming worden gevraagd voor de verhuur, maar die vraag wordt meestal niet positief beantwoord. Veel eigenaren kiezen daarom voor een verhuur zonder toestemming. Zolang de hypotheeklasten keurig worden betaald, zal het met overlast van de bank wel meevallen. Het Waarborgfonds Eigen Woningen (uitvoerder van de Nationale Hypotheekgarantie) wil nu de voorwaarden voor tijdelijke verhuur verruimen, maar ook dan zullen banken en soms ook gemeenten hieraan moeten meewerken.<br /><br />Maar er gloort hoop aan de horizon. Afgelopen vrijdag kwam het verlossende woord van de ministerraad inzake de verhoging van de NHG grens tot &euro; 350.000. Dit betekent dat een bestaande woning tot &euro; 312.500 gekocht kan worden met NHG, in Limburg komt nu 88% van alle kopers theoretisch hiervoor in aanmerking. Bovendien kunnen huizenbezitters met een hypotheek met Nationale Hypotheekgarantie (NHG) die financieel in de problemen komen doordat ze werkloos raken, vanaf 1 juli gelukkig gebruik maken van een nieuwe regeling, de woonlastenfaciliteit. Hierbij worden de hypotheeklasten tijdelijk aangepast aan het lagere inkomen en wordt het te weinig betaalde bij de schuld opgeteld. Met deze maatregelen wil het Waarborgfonds voorkomen dat huizenbezitters onder invloed van de kredietcrisis hun woning gedwongen moeten verkopen. Niet dat alle problemen hiermee kunnen worden opgelost, maar belangrijke opstekers voor de woningmarkt zijn het wel.</p>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Mon, 22 Jun 2009 15:38:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=94</comments></item><item>
      <title>Hypotheekrente en advies</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=93</link>
      <description><![CDATA[<div>Bij het afsluiten van een hypotheek, bijvoorbeeld in verband met de aankoop van een woning, heeft de consument een enorme keuze en moet op veel zaken worden gelet. Niet zelden wordt hierbij veel waarde gehecht aan lage woonlasten cq een lage rente, voor een deel is dat zeker terecht. De bijkomende voorwaarden en de verschillende rentestructuren die banken hierbij hanteren, blijven dan onderbelicht, zeer zeker in het verleden. Je kunt voor een hypotheek rechtstreeks naar de bank gaan, maar de meeste hypotheken worden nog steeds afgesloten via een tussenpersoon. Dat kan een makelaar, hypotheekadviseur, assurantieadviseur of financi&euml;le planner zijn en deze mogen sinds 2006 hun beroep van erkend hypotheekadviseur alleen uitoefenen als zij een vergunning hebben van de Autoriteit Financi&euml;le Markten (AFM). De beroepsgroep staat dus onder zwaar toezicht en dient middels permanente educatie de vakkennis op peil te houden. Vanaf 2009 zijn bovendien de provisie structuren transparant gemaakt en dienen banken en adviseurs de kosten van het advies, expliciet en voorafgaand aan de afsluiting van een hypotheek of ander financieel product, aan u als consument kenbaar te maken. Er kan niets meer fout gaan, zou je denken.<br /><br /></div><div>Een aspect dat onlangs nadrukkelijk de media haalde en, zoals zo vaak, daarna aandacht kreeg in de nationale politiek, is de hoogte van de hypotheekrente bij verlenging van de hypotheek.&nbsp; Als consument denk je bij afsluiting een juiste keuze te hebben gemaakt, maar bij verlenging slaat de bank je met een tarief om de oren dat soms tot wel &eacute;&eacute;n procent hoger ligt dan het percentage dat op dat moment aan nieuwe klanten wordt gevraagd. Als trouwe klant word je dus bestraft met een fors hogere rente, een truc die al sinds mensenheugenis door een aantal banken wordt toegepast. De hypotheek oversluiten naar een andere bank is dan de enige optie. Ondanks het feit dat extra kosten moeten worden gemaakt aan afsluitprovisie, taxatie- en notariskosten, ontstaan lagere maandlasten en is men voordeliger uit. Uiteraard dient ervoor te worden gewaakt, dat na afloop van de rentetermijn de nieuwe bank het kunstje niet herhaalt. Politieke partijen vinden nu, dat onze nationale waakhond, de AFM, ook hierop toezicht moet gaan houden en banken op dit punt aan de ketting moet leggen. Ondanks de vele publicaties en berichten van bijvoorbeeld consumentenorganisaties blijft de gemiddelde Nederlander immers hardleers en diens kennis over financi&euml;le producten belabberd. Hoe objectief kan een advies van een bank zijn? Ja, zo lang het over de vergelijking van de eigen producten gaat, is dit mogelijk. Je eigen producten objectief vergelijken met de producten van een andere bank is echter teveel gevraagd. De rol van een professionele en onafhankelijke tussenpersoon lijkt dan ook nog lang niet uitgespeeld, zeker nu deze zich met een transparante beloningsstructuur ten opzichte van u waar moet maken. Voor een goed advies geldt nog altijd: de kost gaat voor de baat uit.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 13 May 2009 10:50:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=93</comments></item><item>
      <title>Terug naar de ambtswoning</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=92</link>
      <description><![CDATA[<div>Het feit dat een dertigtal burgemeesters in Nederland tijdelijk met dubbele woonlasten zit,&nbsp; voor een enkeling aanleiding tot gesjoemel, was voor minister Guusje Ter Horst een argument om te pleiten voor een terugkeer van de ambtswoning. Voor het hebben van een statige, representatieve en toegankelijke ambtswoning is zeker een heleboel te zeggen, maar de argumentatie deugt natuurlijk van geen kant. Los van de vraag of burgemeesters hier massaal op zitten te wachten, in verband met vermogensvorming en belastingaftrek van de eigen woning, wil de minister nu een kleine groep ambtsdragers bevoordelen, terwijl momenteel een grote groep Nederlanders in hetzelfde schuitje zit. De woningmarkt zit nu immers even op slot, maar deze zal dit of volgend jaar ook wel weer aantrekken.<br /><br /></div><div>Het aantal gemeenten is de afgelopen jaren in verband met een herindeling met honderden afgenomen. Ook het huidige aantal van 440 zal de komende jaren alleen maar verminderen. Alleen dit feit is al een aardig tegenargument voor het op grote schaal investeren in ambtswoningen op dit moment. De terugkeer van de ambtswoning levert wel een aardige politieke en ambtelijke werkgelegenheid op. Ziet u de maandelijkse commissie- en raadsvergaderingen al voor zich,&nbsp; waar gedebatteerd wordt en partijen het niet eens kunnen worden is over de vraag welke woning nu gekocht moet worden? Nadat uiteindelijk een beslissing genomen is, beginnen andere commissies over de verbouwing en opknapwerkzaamheden (de verbouwingskosten van de ambtswoning van burgemeester Cohen van Amsterdam bijvoorbeeld bedroegen 10 miljoen euro), de werken moeten natuurlijk openbaar worden aanbesteed. Maanden later kunnen we lezen dat extra krediet wordt gevraagd, omdat de verbouwingskosten met tientallen procenten dreigen te worden overschreden. Gelukkig maar dat de burgemeester elders nog over een eigen woning beschikt en niet op straat hoeft te slapen.&nbsp;&nbsp; <br /><br /></div><div>Burgemeesters hoeven vervolgens geen marktconforme huur te betalen, deze is beperkt tot ruim 10% van hun inkomen. In een goedkope regio kun je tot &euro; 1.000.000 nog wel een aardige ambtswoning kopen, maar in de duurderde gebieden moet eerder op een veelvoud hiervan worden gerekend. Niet moeilijk om uit te rekenen hoeveel dit de burgers extra gaat kosten, niet alleen aan rentelasten, maar ook aan onderhoud, verzekering en onroerende zaak belasting. Maar de investering is toch maar &eacute;&eacute;nmalig hoor ik u zeggen. Dat klopt ook wel, maar na de ambtsperiode van &eacute;&eacute;n termijn komt er veelal een nieuwe burgemeester en begint het spel van verbouwen en opknappen weer opnieuw. De kosten van het vergoeden van een paar jaar dubbele woonlasten staan zo te bezien in schril contrast met de vele miljoenen die burgers extra moeten betalen voor het aanschaffen en in stand houden van de ambtswoning. Ik heb de minister wel eens op betere idee&euml;n betrapt. </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Fri, 24 Apr 2009 14:36:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=92</comments></item><item>
      <title>Lentekriebels</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=91</link>
      <description><![CDATA[<div>Nu de winterperiode definitief plaats heeft gemaakt voor een nieuwe lente, rijst de vraag of ook de woningmarkt zal ontwaken uit haar diepe winterslaap. Alhoewel meteorologische gebeurtenissen niet veel van doen hebben met de economische, kunnen voorjaarskriebels zeker meehelpen om een einde te maken aan de sombere winterperiode, die de huizenmarkt de achter ons liggende periode heeft getroffen. De cijfers over de gepasseerde notari&euml;le aktes in de afgelopen twee maanden waren immers niet geweldig, echter vormen de resultaten van de woningverkopen bij de makelaars in het laatste kwartaal van 2008. Na vele jaren van groei, is ook de vastgoedsector (o.a. makelaars en notarissen) zelf bezig met een noodgedwongen reorganisatie, zeg maar, grote voorjaarsschoonmaak.<br />&nbsp;</div><div>Van oudsher worden in de periode april-juni de meeste woningen verkocht. Naast emotionele aspecten verklaren praktische zaken de achterliggende reden. De donkere en gure&nbsp; wintermaanden vormen niet het meest aantrekkelijkste decor om er op uit te trekken en naar huizen te gaan kijken. Hoe anders is dat in het voorjaar, zeker nadat de klok is verzet en kopers met een extra uurtje kijktijd naar buiten worden gelokt. Een ander praktisch feit, is dat veel mensen, al of niet met schoolgaande kinderen, de vakantie periode gebruiken om te verhuizen, en verhuizen doe je een paar maanden na de koop.&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br />&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br />De economische crisis en een tanend consumentenvertrouwen zorgden de afgelopen periode uitsluitend voor een afwachtende consument. Het vertrouwen dat bovenal herwonnen kan worden door een herstellende economie, maar evenzeer gestimuleerd zou kunnen worden door een hulpvaardige overheid. Uiteindelijk zullen de vele consumenten, die hun verhuiswens tijdelijk in de ijskast hebben geparkeerd, tot actie overgaan en verhuisplannen daadwerkelijk realiseren. Een goede en prettige woonomgeving vervult niet voor niets &eacute;&eacute;n van de basisbehoeften van de mens en om dat te bereiken is permanent &eacute;&eacute;n van de zeven huishoudens bezig met verhuizen, zowel starters als doorstromers. Zo houden zij de woningmarkt vitaal en leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. De prikkelende werking van een nieuwe lente is hierbij een prettige bijkomstigheid.&nbsp; </div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Tue, 31 Mar 2009 14:33:00 +0200</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=91</comments></item><item>
      <title>Woningmarkt in de media</title>
      <link>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=90</link>
      <description><![CDATA[<div>De huizenmarkt mag zich verheugen in een permanente belangstelling. Het is voor menig burger een geliefd onderwerp voor discussie op feestjes en tijdens het werk bij de koffieautomaat. Iedereen moet tenslotte wonen en een kleine tien procent van alle huishoudens is wel met verhuisplannen bezig. En dan de aandacht in de media. Journalisten en opiniepeilers ventileren hun mening over de instortende woningmarkt, de problemen van de starter, het steeds groter wordende aanbod en oplopende verkooptijden. Sommigen vergelijken de prijsontwikkeling van woningen met de AEX index en zien duidelijk een luchtbel in de prijzen, die net als die AEX elk moment uiteen zal spatten.&nbsp; <br /><br /><br /></div><div>De woningmarkt achteraf analyseren is al een lastige, laat staan een juiste voorspelling doen voor de toekomst. Gelukkig worden alle woningtransacties door het Kadaster geregistreerd en leveren diverse bedrijven heldere analyses op&nbsp;&nbsp; maand-, kwartaal- en jaarbasis.&nbsp; Bepaalde patronen keren met regelmaat terug en kunnen iets zeggen over de toekomst. Toch laat een woningmarktstatistiek zich niet vergelijken met een AEX index, welke uit hetzelfde mandje aandelen bestaat. Er worden immers telkens andere woningen verkocht. Soms worden er meer (goedkopere) appartementen verkocht, in een andere periode juist meer (duurdere) vrijstaande woningen. De regionale verschillen zijn fors, evenals de verschillen per periode. Januari is bijvoorbeeld traditioneel de maand met de minste woningtransacties (gemiddeld 13.000) en december is de maand met het hoogst aantal notari&euml;le transacties (gemiddeld 21.000). Januari is dus per definitie een dipmaand, waarna de aantallen geleidelijk omhoog krabbelen. Afhankelijk van de gekozen periode kan een vrolijk of een dramatisch verhaal worden gemaakt. Dit geldt ook voor de prijsontwikkeling. De lange termijn trend is natuurlijk stijgend, maar op maandbasis vallen er regelmatig prijsdalingen te noteren. De gekozen periodes zijn wederom bepalend voor de vaak&nbsp; wisselende resultaten. Diverse bronnen hebben een verschillend tijdspad, hetgeen de duidelijkheid eveneens niet ten goede komt.&nbsp; De Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) registreert bijvoorbeeld op het moment dat de koopovereenkomst bij de makelaar wordt getekend, veelal drie tot vier maanden voordat de notari&euml;le afwikkeling en kadastrale registratie&nbsp; plaatsvindt.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <br /><br /><br /></div><div>Iemand die de ontwikkelingen van de woningmarkt wil voorspellen, zal alle factoren die voor de woningmarkt een rol spelen moeten kunnen voorspellen. Denk hierbij aan de economische ontwikkelingen, het verloop van de hypotheekrente, de inkomensontwikkeling en het consumentenvertrouwen. En niet in de laatste plaats&nbsp; politieke beslissingen, die de inhoud van het besteedbare huishoudpotje bepalen. Al met al een hachelijke onderneming. Toch doet menig opiniepeiler of onderzoeker dit, vaak zonder schroom of enig voorbehoud.&nbsp; Economen van de ABN AMRO bank voorspelden voor 2006 en 2007 telkens een prijsdaling van 2 tot 4%,&nbsp; zij waren niet de enigen. We hebben gezien wat er van deze voorspelling terecht kwam. Het is een vaststaand feit dat sinds 2007 zowel het woningaanbod als de verkooptijden oplopen. Ondanks dit gegeven is de prijsstijging gewoon doorgegaan, voor 2008 wordt voor Nederland nog altijd een stijging van 2,5% verwacht. Echter, stijgingen uit het verleden, geven geen garantie voor de toekomst. Dat hebben de AEX en de woningmarkt in elk geval wel gemeen.</div>]]></description>
	<author>leo@vandepas.nl</author>
	<category>uncategorized</category>
	<pubDate>Wed, 10 Dec 2008 15:10:00 +0100</pubDate>
	<comments>http://www.leovandepas.nl/?content=detail&amp;id=90</comments></item></channel></rss>
